De mogelijkheid tot het al dan niet actief werven van klanten buiten
Op grond van de regelgeving daaromtrent is het toegestaan actieve wervingsactiviteiten van de franchisenemer te beperken tot zijn exclusieve gebied. In dat gebied kan de franchisenemer dan in vrijheid adverteren en op enige andere wijze klanten werven. De franchisegever dient alsdan aan het actief werven van klanten binnen het exclusieve gebied aan de franchisenemer geen beperkingen op te leggen. Uiteraard is het mogelijk dat bepaalde advertenties buiten het exclusieve gebied van de desbetreffende franchisenemer terechtkomen, al dan niet via internet.
Uit het bovenstaande vloeit voort dat wanneer een klant, die niet gevestigd is in het exclusieve gebied van de franchisenemer, zich tot deze franchisenemer wendt de franchisenemer vrij is om met deze klant zaken te doen. Een en ander geldt uiteraard ook indien een dergelijk klantencontact tot stand komt via internet dan wel een catalogus. Wel kan het in dat verband aan een franchisenemer verboden worden om actief e-mails te verspreiden buiten zijn exclusieve gebied. Alsdan is er namelijk sprake van zogenaamde actieve werving. Met andere woorden: indien er sprake is van actieve verkoop kunnen de mogelijkheden van een franchisenemer aan banden worden gelegd. Resumerend komt het bovenstaande erop neer dat indien een franchisegever aan zijn franchisenemer een exclusief gebied toekent, de franchisenemer in dat desbetreffende gebied grote vrijheid moet hebben ten aanzien van het werven van klanten; de zogenaamde actieve verkoop. De franchisegever kan slechts beperkingen opleggen indien de verkoopactiviteiten plaatsvinden in het gebied buiten het exclusieve gebied van de desbetreffende franchisenemer. Dikwijls zal een en ander overigens ook reeds voortvloeien uit hoofde van de bescherming van andere franchisenemers die zich in dat aangrenzende gebied bevinden, ieder met zijn eigen exclusieve gebied.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
Voorschot op schadevergoeding na ondeugdelijke prognose
In een fraai gemotiveerd kort gedingvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 april 2014 was aan de orde de vraag of een voorschot betaald diende te worden op de schadestaatprocedure.
Afhaalpunt vereist winkelbestemming
In mijn supermarktnieuwsbrief van 11 juli 2013 voorspelde ik al dat het vestigen van afhaalpunten voor via internet bestelde goederen de gerechtelijke pennen wel in beweging zou brengen.