Gedwongen naar een andere franchiseformule op het bestaande vestigingspunt?

Als een franchiseformule ophoudt te bestaan, bijvoorbeeld als deze ingelijfd wordt bij een andere organisatie, dan kan de vraag zijn of de franchisenemer dan ook verplicht is zich te laten inlijven in de nieuwe formule. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 mei 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2244, een vonnis gewezen in een langlopend geschil hierover tussen Jumbo en één van haar franchisenemers. 

De franchisenemer was onderhuurder van de bedrijfsruimte van de franchisegever. Toen de franchisegeversorganisatie overgenomen werd door Jumbo, werd van de franchisenemer verlangd dat hij de Jumbo-formule zou gaan exploiteren, in plaats van de Super de Boer-formule. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde eerder vast dat de franchisenemer zich niet de Jumbo-formule hoeft laten opdringen en derhalve gerechtigd was om, met het staken van de formule van Super de Boer, een andere formule te kiezen. De franchisenemer wilde doorexploiteren onder de eigen formule “Kippersluis”. 

De eigenaar/hoofdverhuurder van de bedrijfsruime had de hoofdhuurovereenkomst met Super de Boer per 24 april 2013 beëindigd met als gevolg dat de franchisenemer de winkelruimte op 15 augustus 2013 heeft moeten ontruimen. Hierdoor liep weliswaar de onderhuurovereenkomst tussen de franchisenemer en de franchisegever nog steeds door, maar kon de franchisegever (tevens onderverhuurder) hier geen uitvoering aan geven. De franchisenemer vorderde vergoeding van de schade met betrekking tot de periode van 15 augustus 2013 tot 8 september 2015. Dat is de periode dat de onderhuurovereenkomst nog bestond, maar niet kon worden uitgevoerd. Kern van het geschil is dus voor wiens rekening het voortijdig vertrek van de franchisenemer uit de winkelruimte moet komen. 

Naar het oordeel van de kantonrechter had de franchisenemer er niet vanuit mogen gaan dat zij de supermarkt onder de naam “Kippersluis” zou kunnen exploiteren op dezelfde locatie, gelet op de bedoeling van partijen bij het sluiten van de onderhuurovereenkomst. In de (onder) huur- en franchiseovereenkomst was duidelijk een bestemming van het gehuurde opgenomen, te weten de exploitatie als Super de Boer-formule. Doordat de franchisenemer indertijd instemde met de onregelmatige opzegging door de franchisegever van de franchiseovereenkomst, stemde de franchisenemer ook in met het beëindigen van het gebruik van de Super de Boer-formule in de bedrijfsruimte. Nu afgesproken was dat de bedrijfsruimte alleen voor de exploitatie van de Super de Boer-formule gebruikt kon worden, komt het voor risico van de franchisenemer dat het gehuurde niet meer ter beschikking stond. De vraag is hoe het oordeel zou zijn geweest als de franchisenemer niet instemde met beëindiging van de Super de Boer-formule, maar de formule toch ophield te bestaan. 

Bij (voorgenomen) formulewijzigingen is het zaak om goed de contracten met derden in ogenschouw te nemen. In het beschreven geval was de opstelling van de (hoofd)verhuurder cruciaal. 

Mr. A.W. Dolphijn  – franchiseadvocaat 

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl.

Andere berichten

Column Franchise+ – mr. Th.R. Ludwig: “Leveringsstop door franchisegever wederom niet toegestaan”

Opnieuw heeft de president in kort geding zich uitgelaten over de vraag of een leveringsstop van een franchisegever jegens de franchisenemer was toegestaan, waarbij de franchisenemer een forse

De bedrijfsleider (werknemer) die franchisenemer wordt – fictieve dienstbetrekking?

Op 14 december 2016 heeft de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2016:11031 (Werkneemster/Espresso Lounge) zich gebogen over de situatie waarbij een werkneemster een

De Hoge Raad stelt zware eisen aan franchiseprognoses

Een uitspraak van de Hoge Raad van vrijdag jl. werpt nieuw ligt op het verstrekken van winst- en omzetprognoses aan aspirant-franchisenemers.

Door Ludwig en van Dam|28-02-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Inbreuk op exclusief verzorgingsgebied door franchisegever in verband met formulewijziging d.d. 27 februari 2017

Op 30 januari 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2017:688 (Intertoys/franchisenemer) de vraag voorgelegd gekregen hoe omgegaan moet worden met het

Prognoses bij startup franchiseformule

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde op 14 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:455 (Tot Straks/franchisenemer) over de vraag of de franchisegever een ondeugdelijke prognose verschaft had en de

Verplicht overdragen franchiseonderneming aan franchisegever?

De rechtbank Amsterdam heeft op 23 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:412 (CoffeeCompany/Dam Spirit B.V.) een vonnis gewezen over de vraag of een franchisenemer bij een beëindiging van de samenwerking

Ga naar de bovenkant