Gerechtelijke uitspraak over supermarktvestiging: toepassing van het Didam-arrest

Door Gepubliceerd Op: 16-01-2026Categorieën: Supermarkten, Uitspraken & actualiteitenLabel: ,

In het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) is bepaald dat gemeenten bij de verkoop of ruil van grond het gelijkheidsbeginsel moeten respecteren. Dat betekent dat zij in beginsel mededingingsruimte moeten bieden aan potentiële gegadigden. In de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10505) stond opnieuw de vraag centraal hoe ver deze verplichting reikt.

De zaak betrof de herontwikkeling van een wijkcentrum met een supermarktfunctie. De kernvraag was of de gemeente rechtstreeks mocht contracteren met de partij achter de bestaande supermarkt, of dat zij een openbare selectieprocedure had moeten organiseren. De eigenaar van de bestaande supermarkt bezat echter grond die de gemeente nodig had om haar herontwikkelingsplannen te realiseren en was alleen bereid die grond af te staan in ruil voor vervangende bouwgrond om een nieuwe supermarkt te realiseren. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onder deze omstandigheden mocht aannemen dat sprake was van één serieuze gegadigde, zodat een selectieprocedure niet vereist was.

Voor supermarkt-franchisenemers is dit een belangrijk signaal. Gelijke kansen bij gemeentelijke gronduitgifte zijn geen automatisme: als de gemeente voor haar plan afhankelijk is van één partij, kan zij zonder selectieprocedure met die partij contracteren. In herontwikkelingsgebieden weegt de grondpositie daardoor vaak zwaarder dan de formule of commerciële belangstelling. Tegelijk maakt de uitspraak duidelijk dat discussies over winkelomvang, parkeerdruk of bovenlokale werking niet in dit kader worden beslecht; die horen thuis in het planologische traject. Ook een beroep op verboden staatssteun biedt zelden een snelle route, zeker niet in kort geding zonder stevige waarderingsonderbouwing.

Kortom: wie als supermarkt-franchisenemer wil uitbreiden of verplaatsen, moet vroegtijdig nadenken over vastgoed en gebiedsontwikkeling. Het arrest bevestigt dat juridische kansen vooral ontstaan vóórdat plannen bestuurlijk zijn vastgelegd – en niet daarna.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Overeenkomsten die samenhangen met de franchiseovereenkomst

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 oktober 2017 voor negentien franchisenemers gelijkluidende arresten gewezen (ECLI:NL:GHARL:2017:9453 t/m ECLI:NL:GHARL:2017:9472).

Column Franchise+ – mr. J. Sterk – “Franchisenemer doet bodycheck beter dan franchisecheck”

Een sportschool gaat in zee met een franchiseconcept dat in samenwerking met zorgverzekeraars “Bodychecks” en kortingen aanbiedt aan (potentiële) leden.

Seminar mrs. J. Sterk en M. Munnik – Donderdag 2 november 2017: “Belangrijke juridische ontwikkelingen voor franchisegevers”

Advocaten Jeroen Sterk en Maaike Munnik van Ludwig & Van Dam Advocaten praten u bij over de status van en de ontwikkelingen rondom De Nederlandse Franchise Code en de Wet Acquisitiefraude.

Door Jeroen Sterk|02-11-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Goodwill bij einde franchiseovereenkomst

In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de

Doorbelasting te hoge kostprijs als verborgen franchise fee

Uit een tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10597 (Happy Nurse) blijkt dat de rechtbank zich gebogen heeft over de vraag of de door de franchisegever aan de

Ga naar de bovenkant