Herinvestering / restyling binnen een bestaand franchiseconcept.
In de praktijk zien we de laatste tijd meer en meer ontwikkelingen die wijzen op een ombouw/restyling van de franchise-organisatie, waartoe de franchisenemer dient te herinvesteren.
Van belang in een dergelijke situatie is de vraag of de bestaande franchise-overeenkomst de mogelijkheid biedt om een dergelijke ombouw/restyling van de gehele franchise-organisatie te realiseren?
Indien in de bestaande franchise-overeenkomst een bepaling is opgenomen waaruit, kort gezegd, volgt dat de franchisenemer op verzoek van de franchisegever verplicht kan worden medewerking te verlenen aan een “collectieve ombouw/restyling” van de organisatie, dan kan de franchisenemer hier (in principe) ook aan gehouden worden. Van belang hierbij is wie de kosten wordt geacht te dragen voor de ombouw/restyling.
Indien de franchisenemer wordt geacht hier een flinke duit in het zakje te doen dan is het van belang dat de franchisegever bij voorkeur zorgdraagt voor prognoses die zijn afgestemd op de nieuwe situatie, teneinde de gevolgen van de ombouw mee te kunnen wegen. Dit klemt te meer nu deze situatie vergeleken kan worden met de situatie van de zogenaamde pré-contractuele fase. Immers, ook in de situatie van een grote ombouw van de organisatie geldt dat de franchisegever de door de franchisenemers te plegen investeringen met de nodige zorgverplichtingen dient te omkleden.
Indien een herinvestering van beperkte aard is dan kan een prognose wellicht achterwege blijven alhoewel ook in een dergelijke situatie geldt dat een franchisegever zich dient af te vragen in hoeverre de herinvestering een negatief effect heeft op de organisatie van de franchisenemer. Indien het een aanzienlijke investering is dient de franchisegever, zoals hierboven reeds gesteld, zich de vraag te stellen of de investering ook daadwerkelijk tot omzetverbetering leidt dan wel een omzetverlies wordt voorkomen. Daarnaast dient de gevraagde investering verantwoordt te zijn in relatie tot het bedrijfsresultaat van de betrokken franchisenemers. Kortom een en ander dient met de nodige omzichtigheid en beleid plaats te vinden. In één van de volgende artikelen zal hier nog nader op in worden gegaan.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Supermarktbrief – 6
Geen inzage Vereniging C1000 in stukken C1000 overname
Mr. Th.R. Ludwig geeft cursus master class franchise voor NFV op 16 september 2014
Op 16 september a.s. zal mr. Ludwig diverse juridische aspecten die komen kijken bij franchiserelaties behandelen tijdens een cursus, georganiseerd door de NFV.
Franchisenemer van Formido struikelt over bewijslast in prognosezaak
Franchisenemer van Formido struikelt over bewijslast in prognosezaak
Het einde van bewijsnood in prognosezaken in zicht?
Sinds jaar en dag is de franchiseovereenkomst, zoals dat heet, een onbenoemde overeenkomst.
Ex-Franchisenemer veroordeeld tot rectificatie bij Eenvandaag na ontoelaatbare uitlatingen
Zeer onlangs heeft de President in kort geding geoordeeld dat de franchisenemer uitspraken heeft gedaan waarvan de juistheid niet is vastgesteld.
Weigering Jumbo tot ombouw van C1000 beslist vatbaar voor hoger beroep
Een treurige uitkomst voor een C1000-franchisenemer, waarvan de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam
