Huurprijswijziging
In navolging van eerdere verschenen artikelen van mijn hand zal ik in het onderstaande wederom een huurrechtelijke kwestie behandelen. Veelal is de tussen de franchisegever en franchisenemer gesloten franchise-overeenkomst nauw verbonden met een huurovereenkomst, aangezien de franchisegever als zijnde verhuurder veelal een huurovereenkomst heeft gesloten met de franchisenemer als zijnde huurder. In het onderstaande zal nader worden ingegaan op de mogelijkheid en de wijze waarop een huurprijswijziging kan worden gerealiseerd. Deze wijziging kan zowel betrekking hebben op een huurprijsverlaging als een huurprijsverhoging.
Uit artikel 7:303 BW blijkt dat zowel de franchisenemer als de franchisegever de rechter kan vorderen de huurprijs nader vast te stellen, indien deze niet overeenstemt met die van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse. Deze huurprijsvaststelling is mogelijk, indien de overeenkomst voor bepaalde tijd geldt, na afloop van de overeengekomen duur. In alle andere gevallen is huurprijsvaststelling telkens wanneer tenminste vijf jaar zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan of waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd, mogelijk.
Relevant is dat de huurprijsvaststelling vergezeld gaat van een advies omtrent de nadere huurprijs, aangezien anders de vordering tot huurprijsvaststelling niet ontvankelijk zou zijn. Voornoemd advies dient te worden opgesteld door een ter zake deskundige, zoals een makelaar, een lid van de bedrijfshuuradviescommissie of een branchevertegenwoordiger. Bij het opstellen van dit advies zal de betreffende deskundige rekening moeten houden met het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse, die zich hebben voorgedaan in een tijdvak van vijf jaren voorafgaande aan de dag van het instellen van de vordering.
Aan het opstellen van het advies zijn echter wel de nodige kosten verbonden, zodat niet al te lichtvaardig over het laten opstellen van een dergelijk advies dient te worden gedacht. Om dergelijke kosten te voorkomen is het aldus raadzaam om in goed overleg in een eerder stadium afspraken te maken over de nadere huurprijs.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
Voorschot op schadevergoeding na ondeugdelijke prognose
In een fraai gemotiveerd kort gedingvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 april 2014 was aan de orde de vraag of een voorschot betaald diende te worden op de schadestaatprocedure.
Afhaalpunt vereist winkelbestemming
In mijn supermarktnieuwsbrief van 11 juli 2013 voorspelde ik al dat het vestigen van afhaalpunten voor via internet bestelde goederen de gerechtelijke pennen wel in beweging zou brengen.