Niet alles wat op franchise lijkt, is juridisch ook echt franchise

Door Gepubliceerd Op: 15-04-2026Categorieën: Uitspraken & actualiteitenLabel: ,

Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 17 maart 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:2760). In deze zaak werkten twee partijen al jaren samen rond het beheer van een klantenportefeuille voor hypotheken en verzekeringen. Toen de samenwerking eindigde, ontstond discussie over de juridische aard van die samenwerking.

De rechter oordeelde voorlopig dat geen sprake was van een franchiseovereenkomst. Daarbij woog vooral mee dat niet duidelijk genoeg was geworden dat de ene partij bijzondere kennis en werkwijzen (knowhow) had overgedragen aan de andere partij. Juist dat is een belangrijk kenmerk van franchise.

Dat is van belang, omdat de wettelijke bescherming voor franchisenemers alleen geldt als juridisch echt sprake is van franchise. In deze zaak kon de vertrekkende partij zich daarom niet met succes beroepen op die speciale regels. Een relatiebeding bleef dus in stand.

Niet het etiket, maar de inhoud van de samenwerking is beslissend. Wie zekerheid wil, doet er verstandig aan vooraf goed vast te leggen wat voor soort samenwerking wordt aangegaan.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

De (on)geldigheid van een postcontractueel concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst: analogie met arbeidsrecht?

De rechtbank Gelderland heeft op 5 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4565 een vonnis gewezen over onder meer de vraag of Bruna als franchisegever een beroep kon doen op het verbod voor een

Column Franchise+ – mr. J Sterk: “Rechtbank veroordeelt fastfoodketen tot verlenging franchiseovereenkomst

De zaak speelt begin dit jaar. De franchisenemer weigert al jaren de bij verlenging aangeboden nieuwe franchiseovereenkomst te ondertekenen aangezien deze een verslechtering van zijn rechtspositie met

Door Jeroen Sterk|01-09-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Geen geldig non-concurrentiebeding voor franchisenemer

Op 18 november 2016 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2016:7754, een vonnis gewezen in de kwestie waarbij aan de orde was of de franchisenemer gehouden

Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising

Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.

Door Ludwig en van Dam|10-08-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had

Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers

In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?

Ga naar de bovenkant