Omzet en resultaat: het voorzichtigheidsbeginsel
In diverse landen in de wereld is het fenomeen franchising onderhevig aan steeds stringentere regelgeving. Die regelgeving richt zich in zijn algemeenheid met name op hetgeen in het Engels zo mooi “pre-contractual disclosure” wordt genoemd, hier in Nederland bekend als pré-contractuele informatieverstrekking. In Nederland treffen wij enige regels daaromtrent aan in de Europese Erecode inzake Franchising, waaraan de leden van de Nederlandse Franchise Vereniging in beginsel gebonden zijn. Wetgeving is dat echter niet. Kort en goed komt een en ander er op neer dat voorafgaand aan contractssluiting een franchisegever zijn aanstaande franchisenemer(s) adequaat informeert met betrekking tot de met de gefranchisede onderneming te behalen omzetten en, belangrijker nog, bedrijfsresultaten. In Frankrijk is een verplichting tot informatieverstrekking dienaangaande in wetgeving opgenomen, in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Australië strekt die verplichting nog veel verder. Zoals gezegd is in Nederland niet een dergelijk verplichting in wetgeving opgenomen, doch blijft een en ander beperkt tot het kader van de Europese Erecode. Niettemin is, en dat is in deze rubriek al vaker aan de orde geweest, een zo adequaat mogelijke informatieverstrekking voorafgaand aan contractssluiting van het allergrootste belang. Franchisenemers hebben er recht op te weten waar zij aan beginnen. Onvolledige of foutieve informatieverstrekking, leidend tot contractssluiting, kan bovendien leiden tot forse aansprakelijkheden en problemen in de bedrijfsvoering van zowel franchisenemer als franchisegever. Het is in dat kader dan ook niet voor niets dat diverse landen een en ander in wetgeving hebben opgenomen. Anders dan in Nederland is daar dan ook geen keuzevrijheid aangaande het al dan niet presenteren van omzet- en resultaatsprognoses.
In Nederland is die keuzevrijheid er wel. Een franchisegever kan er derhalve altijd vanaf zien indicaties te geven omtrent de met de franchise-onderneming te behalen omzetten en resultaten. Verstrekt een franchisegever dergelijke gegevens wel, dan zij nog maar eens in herinnering geroepen dat die gegevens dienen te berusten op een grondig en adequaat uitgevoerd markt- en vestigingsplaatsonderzoek, specifiek toegesneden op de betrokken voorgenomen vestiging van de franchisenemer. Daarbij past voorts een kritische houding vanuit franchisegeverszijde naar de resultaten van een dergelijk onderzoek, ook al wordt dat door een marktonderzoeksbureau uitgevoerd. Zorgvuldigheid dient te allen tijden leidend te zijn. De materie is er belangrijk genoeg voor.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden
Supermarktbrief – 18
Kan een ondernemer verplicht worden een andere supermarktformule te gaan exploiteren?
Artikel in Entree: “Nieuwe eigenaar”
“De horecaonderneming waar ik werk is overgenomen. De nieuwe eigenaar zegt nu dat ik niet meer voor hem hoef te werken, maar kan hij mij als werknemer weigeren?”
Bestuurdersaansprakelijkheid bij afwikkeling franchiseovereenkomst
Kan in privé de bestuurder van een franchisenemer-rechtspersoon aansprakelijk zijn jegens de franchisegever, indien de franchisenemer-rechtspersoon ten onrechte zaken niet aan de franchisegever





