Ondanks tegenclaim franchisenemer gerechtvaardigde ontbinding franchisecontract door franchisegever
Rechtbank Rotterdam
De Rotterdamse rechtbank heeft onlangs beslist dat betalingsachterstand van ruim € 80.000,– voldoende is voor de franchisegever om de franchiseovereenkomst te ontbinden.
De achterstallige betaling is voldoende voor beëindiging van de franchiseovereenkomst, ondanks het feit dat de franchisenemer aanvoert dat de franchisegever geen enkele marketinginspanning heeft verricht of marketingmaterialen heeft geleverd, terwijl de franchisenemer daar wel € 400.000,– voor heeft afgedragen. De beweerdelijke tegenclaim wordt volgens de rechtbank echter in het geheel niet onderbouwd. Voorts is niet gebleken dat de franchisenemer op enig moment de franchisegever in gebreke heeft gesteld, zodat er ook geen sprake kan zijn van verzuim aan de zijde van de franchisegever en daarmee geen opeisbare tegenvordering is ontstaan. Opschorting van de betalingsachterstand van ruim € 80.000,– is dan ook niet gerechtvaardigd.
De Rotterdamse rechtbank oordeelt dan ook dat de franchisegever de franchiseovereenkomst terecht ontbindt en verordonneert voorts dat de franchisenemer zich niet langer als franchisenemer naar buiten toe mag gedragen. Voorts dient de vordering van ruim € 80.000,– te worden voldaan.
Voor opschorting door de franchisenemer in een dergelijke situatie is noodzakelijk dat een gefundeerde onderbouwing, met inbegrip van ingebrekestelling, het geval is en niet dat de niet onderbouwde stelling voor het eerst in rechte aan de orde wordt gesteld.
Mr Th.R. Ludwig – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar ludwig@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
Voorschot op schadevergoeding na ondeugdelijke prognose
In een fraai gemotiveerd kort gedingvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 april 2014 was aan de orde de vraag of een voorschot betaald diende te worden op de schadestaatprocedure.
Afhaalpunt vereist winkelbestemming
In mijn supermarktnieuwsbrief van 11 juli 2013 voorspelde ik al dat het vestigen van afhaalpunten voor via internet bestelde goederen de gerechtelijke pennen wel in beweging zou brengen.