Ondeugdelijke prognose van Albert Heijn aan ex-C1000 franchisenemer
Op 3 december 2014 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan over een geschil waarbij de advocaten van de sectie Supermarkten van Ludwig & Van Dam advocaten (Jeroen Sterk en Alex Dolphijn) een ex-C1000 ondernemer bijstonden. Door Albert Heijn was een prognose afgegeven die niet uitkwam. De vraag die voorlag was of de afgegeven prognose onzorgvuldig en ondeugdelijk was. De rechtbank betrok bij haar oordeel onder meer het verschil tussen de prijsgerichte C1000 formule enerzijds en de servicegerichte formule van Albert Heijn anderzijds
De franchisenemer exploiteerde jarenlang met succes een C1000 supermarkt. Doordat Jumbo in 2012 concurrent C1000 overnam, zijn in overleg met de mededingingsautoriteit de verhuurrechten van een aantal C1000 supermarkten overgedragen aan bijvoorbeeld Albert Heijn. Jumbo kondigde voorts aan dat de C1000 formule op enig moment zou ophouden te bestaan. Albert Heijn heeft daarop de betreffende C1000 ondernemer een franchiseovereenkomst aangeboden, zodat er op het vestigingspunt een Albert Heijn supermarkt zou komen.
De franchiseovereenkomst van Albert Heijn was onder hoge (tijds)druk voorgelegd aan de franchisenemer. Onderdeel van het aanbod was een prognose van de omzet die de franchisenemer zou moeten kunnen behalen onder de Albert Heijn formule. Albert Heijn had daarbij aangegeven dat de franchisenemer ook een eigen onderzoek moest doen en er geen rechten ontleend konden worden aan de prognose.
De rechtbank gaat voorbij aan de uitsluiting van de aansprakelijkheid (exoneratie) voor de onjuiste of ondeugdelijke prognose. De mededeling van Albert Heijn dat de prognose uiterst zorgvuldig opgesteld was, alsmede de tijdsdruk, maken dat een beroep op haar exoneratie Albert Heijn niet kan baten. In redelijkheid kon, gegeven de omstandigheden, niet van de franchisenemer verwacht worden dat die een eigen onderzoek zou doen.
Ten aanzien van de voorgehouden prognose staat vast dat Albert Heijn deze gebaseerd had op de omzet onder de C1000 formule. De omzet zou volgens de prognose onder de Albert Heijn formule eerst iets afnemen, maar na drie jaar weer op het niveau van de exploitatie onder de C1000 formule uitkomen. Die redenering is volgens de rechtbank onzorgvuldig en ondeugdelijk. Onduidelijk is hoe de prijsgerichtheid van de C1000 formule zich hier manifesteert ten opzichte van de servicegerichte formule van Albert Heijn. Dit had kennelijk wel door Albert Heijn meegenomen moeten worden bij de totstandkoming van de prognose. Gebleken was namelijk dat Albert Heijn aanvankelijk een veel lagere omzet inschatte onder de Albert Heijn formule, maar dit enkel en alleen naar boven aanpaste omdat de franchisenemer onder de C1000 formule meer omgezet behaalde dan Albert Heijn verwacht had. Deze initiële prognose was de franchisenemer overigens onthouden.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat het zogenaamde “badkuipmodel”, waarbij na een dip de omzet weer gehaald wordt die onder de C1000 formule behaald werd, in dit geval onvoldoende rekening houdt met het verschil tussen de prijsgerichte C1000 formule enerzijds en de servicegerichte Albert Heijn formule anderzijds.
Het lijkt er op dat omstreeks de overname van C1000 door Jumbo bij alle C1000 franchisenemers, zonder dat zij dit wisten, onderzoeken verricht zijn en interne prognoses gemaakt zijn. Deze interne prognoses zijn, voor zover bekend, doorgaans niet met de C1000 franchisenemers gedeeld. Mogelijk zijn er meer gevallen waarbij andere prognoses voorgehouden zijn of worden, dan een initiële interne prognose.
Kortom, supermarktondernemers die van formule willen (of moeten) veranderen, of die na de overstap naar een andere formule te maken hebben met tegenvallende bedrijfsresultaten, dienen alert te zijn op de prognose en de wijze waarop die tot stand gekomen is.
Nadere informatie kan bij ons worden ingewonnen.
Mr A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Mail naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising
Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.
Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?
De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had
Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers
In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?
Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de
Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?
In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn
Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?
In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.





