Ondeugdelijke prognoses: geen ontbinding franchiseovereenkomst
Franchiseadvocaat, franchiseovereenkomst, prognose
Op 6 januari jl. heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage een vonnis gewezen, die grote gevolgen kan hebben voor de franchisepraktijk. Op grond van dit vonnis zal het aanzienlijk moeilijker worden voor een franchisegever om een franchiseovereenkomst met een franchisenemer te ontbinden als de franchisegever eerder, ten tijde van het sluiten van de franchiseovereenkomst, ondeugdelijke prognoses heeft verstrekt aan deze franchisenemer.
Een ontbinding van een overeenkomst kan alleen plaatsvinden als er aan diverse elementen is voldaan, zoals, in bepaalde gevallen, verzuim aan de zijde van de andere partij. Als een franchisegever eerder een ondeugdelijke prognose heeft verstrekt aan een franchisenemer, dan zal de franchisegever van rechtswege (automatisch) in verzuim komen te verkeren, doordat zij een onrechtmatige daad pleegt jegens de franchisenemer. De franchisenemer zal daardoor op zijn beurt niet in verzuim komen te verkeren, zodat de franchisegever dientengevolge de ontbinding niet kan uitspreken.
Eén en ander is van belang voor de rechtsontwikkeling van de rechtspraak op het gebied van franchising, omdat er nog niet eerder zo duidelijk werd vastgesteld door een rechter dat, door het automatische verzuim van de franchisegever, een door de franchisegever ingeroepen ontbinding geen doel treft. In de praktijk zal dit inhouden dat franchisenemers, die ten tijde van het sluiten van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses verstrekt hebben gekregen van hun franchisenemer, zich gemakkelijker kunnen verweren tegen een poging tot ontbinding van de franchiseovereenkomst door dezelfde franchisegever.
Franchisegevers doen er – ook om deze reden – derhalve goed aan om zorg te dragen dat alle prognoses die zij verstrekken aan potentiële franchisenemers deugdelijk zijn. Franchisenemers – op hun beurt – dienen zich bewust te zijn van de implicaties van het voorgaande, mochten zij in een dergelijke situatie terechtkomen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
Voorschot op schadevergoeding na ondeugdelijke prognose
In een fraai gemotiveerd kort gedingvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 april 2014 was aan de orde de vraag of een voorschot betaald diende te worden op de schadestaatprocedure.
Afhaalpunt vereist winkelbestemming
In mijn supermarktnieuwsbrief van 11 juli 2013 voorspelde ik al dat het vestigen van afhaalpunten voor via internet bestelde goederen de gerechtelijke pennen wel in beweging zou brengen.