Overstap franchisenemer van de ene franchiseorganisatie naar de andere niet zonder risico’s

Rechtbank Amsterdam

Onlangs heeft de rechtbank te Amsterdam uitspraak gedaan in een kwestie waarbij een franchisenemer overstapte van de ene franchisegever naar de andere, in dezelfde branche.

Hierbij hebben zowel de overstappende franchisenemer als de nieuwe franchisegever een grote verantwoordelijkheid. De zorgplicht van de nieuwe franchisegever brengt met zich mee dat de franchisegever dient te onderzoeken wat de feiten en omstandigheden zijn waaronder franchisenemer overstapt. Hierbij dient niet alleen gedacht te worden aan een eventueel concurrentiebeding en de consequenties daarvan, maar tevens wat de lopende verplichtingen van de franchisenemer zijn jegens de bestaande franchisegever. Het is onvoldoende indien de nieuwe franchisegever stelt dat hij niet wist dat er een concurrentiebeding was of dat er nog lopende verplichtingen van de zijde van de overstappende franchisenemer jegens de oude franchisegever waren. Indien de franchisegever zondermeer, derhalve zonder nader actief onderzoek meewerkt aan de overstap, dan kan het onrechtmatig zijn jegens de bestaande franchisegever. Het nadeel kan bijvoorbeeld bestaan uit het overstappen van klanten van de ene franchiseorganisatie naar de andere, door toedoen van de franchisenemer en de nieuwe franchisegever. Daarbij maakt het niet uit dat de franchisenemer activiteiten camoufleert door middel van besloten vennootschap, waarbij als enig aandeelhouder een derde, bijvoorbeeld een familielid, formeel de zeggenschap heeft. Hier prikt de rechtbank doorheen.

Uiteindelijk concludeert de Amsterdamse rechtbank dat zowel de nieuwe franchisegever als de overstappende franchisenemer aansprakelijk zijn jegens de oude franchisegever.

Zorgvuldige afweging en open kaart had dit alles kunnen voorkomen.

 

Mr Th.R. Ludwig – Franchise advocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies 

Wilt u reageren? Mail naar ludwig@ludwigvandam.nl 

Andere berichten

Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising

Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.

Door Ludwig en van Dam|10-08-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had

Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers

In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?

Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de

Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?

In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn

Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?

In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.

Ga naar de bovenkant