Rechtbank stelt franchisenemers Albert Heijn wederom in het gelijk in Maaltijd Thuis-kwestie

Begin van dit jaar stelde de rechtbank Haarlem de franchisenemers al in het gelijk inzake de vraag of Maaltijd Thuis kwalificeert als afgeleide formule en daarmee instemmingsplichtig is. Zie: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:43

Desondanks ging Albert Heijn onverdroten door met deze daarmee onrechtmatige activiteiten en tekende hoger beroep aan. Er bleek helaas een kort geding voor nodig om Albert Heijn te bewegen daarmee op te houden. De overwegingen van de kortgedingrechter geven een bruikbaar kader voor het omgaan met het instemmingsrecht.

De kortgedingrechter overwoog dat het instemmingsrecht een preventieve werking heeft. Tevens overwoog de kortgedingrechter dat de franchisenemers zich redelijk opstelden en het uitblijven van overeenstemming over het afspreken van een drempelwaarde niet aan hen kan worden toegerekend, daarmee behoort een eerder verwijt aan hun adres dus tot het verleden. Ook bevestigde de kortgedingrechter dat een nog af te spreken drempel voor afgeleide formules niet zo hoog mag zijn dat het instemmingsrecht illusoir wordt. Dit biedt goede perspectieven voor een constructieve onderhandeling over een redelijke drempel, die daadwerkelijk de positie van de franchisenemers zal versterken.

Nu Albert Heijn tevens weigerde informatie te verstrekken over Maaltijd Thuis overwoog dat kortgedingrechter tenslotte dat de franchisenemers bij gebruikmaking van hun instemmingsrecht wel recht hebben op een redelijke informatievoorziening.

Hiermee staat andermaal vast dat het instemmingsrecht van de Wet franchise niet lichtvaardig terzijde kan worden geschoven en/of bijvoorbeeld kan worden vervangen door schadevergoeding aan te bieden, zoals Albert Heijn betoogde.

Albert Heijn is veroordeeld om binnen vier weken alsnog te stoppen met Maaltijd Thuis voor zover zij geen instemming heeft gevraagd en verkregen, althans voor zover zij daarbij het merk Albert Heijn aanwendt. Dit op straffe van een dwangsom van 25.000,– euro per dag met een maximum van één miljoen euro.

De belangen van de franchisenemers van Albert Heijn werden in deze zaak behartigd door Jeroen Sterk en Maaike Munnik van Ludwig & Van Dam Advocaten.

Jeroen Sterk
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar sterk@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Schadebegroting na onterechte beëindigen franchiseovereenkomst door franchisegever

In een arrest van de Hoge Raad van 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2372 (Franchisenemer/Coop) was aan de orde dat supermarktorganisatie Coop afspraken niet nagekomen was, waardoor de franchisenemer

Franchisegever verplicht tot verlenging franchiseovereenkomst

De rechtbank Rotterdam heeft op 6 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6975 (Misty /Bram Ladage) geoordeeld dat de weigering tot verlenging van een franchiseovereenkomst door een franchisegever

De (on)geldigheid van een postcontractueel concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst: analogie met arbeidsrecht?

De rechtbank Gelderland heeft op 5 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4565 een vonnis gewezen over onder meer de vraag of Bruna als franchisegever een beroep kon doen op het verbod voor een

Column Franchise+ – mr. J Sterk: “Rechtbank veroordeelt fastfoodketen tot verlenging franchiseovereenkomst

De zaak speelt begin dit jaar. De franchisenemer weigert al jaren de bij verlenging aangeboden nieuwe franchiseovereenkomst te ondertekenen aangezien deze een verslechtering van zijn rechtspositie met

Door Jeroen Sterk|01-09-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Geen geldig non-concurrentiebeding voor franchisenemer

Op 18 november 2016 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2016:7754, een vonnis gewezen in de kwestie waarbij aan de orde was of de franchisenemer gehouden

Ga naar de bovenkant