Ruime toepassing beperking concurrentieverbod uit de Wet franchise
In een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 februari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:2356, past de voorzieningenrechter de regels van de Wet franchise aangaande het concurrentieverbod toe bij een agentuurverhouding.
Een makelaar heeft een agentenovereenkomst gesloten met een makelaarsorganisatie. Op grond van het concurrentiebeding heeft de makelaar zich verbonden gedurende 24 maanden na beëindiging van de overeenkomst om zich te onthouden van makelaarswerkzaamheden in het werkgebied.
De voorzieningenrechter stelt vast, zoals ook is betoogd door de makelaar, dat op 1 januari 2021 de Wet franchise van kracht is geworden. Weliswaar hebben partijen geen franchiseovereenkomst gesloten volgens de voorzieningenrechter en geldt overgangsrecht van twee jaar, maar voor de invulling van de te toetsen maatstaf kan wel worden aangesloten bij de wetgeving op dat punt. Artikel 7:290 lid 2 sub d BW bepaalt dat een beding dat de franchisenemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de franchiseovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, slechts geldig is als het de duur van een jaar na het einde van de franchiseovereenkomst niet overschrijdt. De voorzieningenrechter ziet omder meer gelet op die bepaling aanleiding het concurrentiebeding te schorsen voor de duur van een jaar.
Opvallend is dat bij de overeenkomst van agentuur de wet in artikel 7:443 lid 2 BW bepaalt dat een post concurrentieverbod voor de duur van 2 jaar in beginsel toegestaan is. De voorzieningenrechter sluit echter aan bij de toekomstige regels van de Wet franchise, waar in artikel 7:290 lid 2 sub d BW een post concurrentieverbod gemaximeerd is tot 1 jaar. De makelaar is dus gehouden aan een post concurrentieverbod van 1 jaar na het einde van de overeenkomst, in plaats van 2 jaar. Kennelijk meent de voorzieningenrechter dat de betreffende beschermende wettelijke bepaling bij voor de agent niet ver genoeg reiken. De beperking van het post concurrentieverbod uit de Wet franchise heeft een ruim toepassingsgebied.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchisenemer veroordeelt tot betaling boete na overtreding concurrentiebeding
Partijen zijn een franchiseovereenkomst aangegaan welke betrekking heeft op het begeleiden van echtscheidingen De franchiseovereenkomst wordt door de franchisenemer beëindigd.
Concurrentiebeding onredelijk bezwarend
Concurrentiebeding onredelijk bezwarend
Ludwig & Van Dam hoofdsponsor- partner Nationale Franchise Congres 4 oktober 2012
De wereld draait door. En het lijkt wel in een steeds rapper tempo. Honderd dertigduizend jaar duurde het voordat we rond 1750 de stoommachine uitvonden.
Het niet verstrekken van de aan de prognoses ten grondslag liggende gegevens rechtvaardigen ontbinding
Het niet verstrekken van aan de prognoses ten grondslag gelegde informatie kan
Concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst niet lichtvaardig aan de kant te schuiven door (vermeend) onjuiste prognose en wanprestatie en/of redelijkheid en billijkheid
Recentelijk heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch zich uitgelaten over de vraag of een franchisenemer in alle omstandigheden
Huur goodwill in franchiseverhouding
Huur goodwill in franchiseverhouding