Supermarkten COOP en PLUS fuseren
De voorgenomen fusie zal betekenen dat de COOP-supermarkten omgevormd gaan worden naar de formule van PLUS. De supermarktondernemers van COOP zullen in dat geval lid worden van de coöperatie van PLUS.
De voorgenomen fusie is onder voorbehoud van diverse goedkeuringen, te weten onder meer de volgende:
- de Autoriteit Consument & Markt (ACM);
- de Ledenraad van COOP;
- de Algemene Ledenvergadering van PLUS.
Dat deze vereiste goedkeuringen zonder meer verkregen zullen worden, staat allerminst op voorhand vast. PLUS en COOP lijken hier weinig problemen te verwachten en geven aan de transactie begin 2022 afgerond te zullen hebben.
Voor de individuele ondernemers van COOP en PLUS zal de voorgenomen wijziging van grote invloed zijn op hun exploitaties.
- bestaande PLUS-ondernemers zien mogelijk een concurrent onder dezelfde formule verschijnen in hun marktgebied;
- bestaande COOP-ondernemers zullen de winkel moeten ombouwen, met alle kosten en desinvesteringen van dien.
Inmiddels zijn er tal van supermarktformules overgenomen en “opgeslokt”. Te denken valt aan Edah, Super de Boer, C1000, Emté en meer recent DEEN. Bij ieder van die trajecten waren er supermarktondernemers die zich succesvol verzette tegen de omvorming. Ludwig & Van Dam stond met succes supermarktondernemers bij.
- Zie het succesvolle verzet van een Emté-ondernemer die opgedrongen werd om naar COOP om te bouwen, maar liever naar PLUS wilde ombouwen: https://bit.ly/3jNrh8V
- Zie ook het succesvolle verzet van een Albert Heijn-ondernemer tegen de ombouw van een DEEN naar de formule van Albert Heijn: https://bit.ly/38KaVHY
Transitie-trajecten bij supermarktformules zijn ingewikkelde trajecten, die per supermarktondernemer en per marktgebied heel verschillend uit kunnen pakken. De juridische merites zijn complex en vaak geboden aan korte termijnen en steed smet verstrekkende gevolgen. Deskundige juridische bijstand aan supermarktondernemers is hier een absolute must.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden




