Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade

Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer voortijdig stopt? De Rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6444, laat zien dat niet zonder meer alle resterende franchisefees kunnen worden gevorderd.

In deze uitspraak ging het om een rijschoolfranchise. De franchisenemer stopte voortijdig met het geven van rijlessen, waarna de franchisegever de overeenkomst ontbond. De franchisegever vorderde € 86.950 aan gemiste franchisefees en daarnaast € 60.000 aan contractuele boetes.

Niet alle toekomstige franchisefees zijn schade

De rechtbank aanvaardde dat de franchisegever door de voortijdige beëindiging inkomsten misliep. Dat betekende echter niet dat alle franchisefees over de resterende looptijd als schade konden worden gevorderd.

Allereerst moesten de kosten die de franchisegever door de beëindiging niet meer hoefde te maken, op de schade in mindering worden gebracht. Die besparing werd vastgesteld op € 14.000.

Daarnaast had de franchisegever per 1 september 2026 een nieuwe franchisenemer in hetzelfde gebied aangesteld. Vanaf dat moment ontving zij opnieuw franchisefees. De rechtbank beschouwde deze franchisenemer als vervanger van de vertrokken franchisenemer. De franchisegever had onvoldoende onderbouwd dat er in het betreffende gebied ruimte was voor meerdere franchisenemers naast elkaar.

De schade wegens gemiste franchisefees liep daarom slechts tot september 2026. Wel kwamen de kosten van € 6.500 voor het aantrekken en opstarten van de vervanger voor vergoeding in aanmerking.

Uiteindelijk werd € 36.900 aan schadevergoeding toegewezen.

Boetebeding buiten toepassing

Ook het oordeel over het boetebeding is interessant. De franchiseovereenkomst voorzag in aanzienlijke boetes wanneer na beëindiging bepaalde zaken niet tijdig werden teruggegeven.

De rechtbank oordeelde dat een beroep op het boetebeding in deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. De franchisenemer was volledig gestopt met het geven van rijlessen en niet was gebleken dat de franchisegever door de te late teruggave daadwerkelijk nadeel had geleden.

De gevorderde boete werd daarom geheel afgewezen.

Betekenis van de uitspraak

De uitspraak laat zien dat een schadeclaim na voortijdige beëindiging van een franchiseovereenkomst zorgvuldig moet worden onderbouwd. Het simpelweg vermenigvuldigen van de franchisefee met het aantal resterende contractmaanden is onvoldoende.

Van belang is onder meer welke kosten worden bespaard, welke extra kosten ontstaan en vanaf welk moment een vervangende franchisenemer de weggevallen inkomsten overneemt.

Ook een contractueel boetebeding biedt geen absolute zekerheid: de concrete omstandigheden waaronder daarop een beroep wordt gedaan, blijven bepalend.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Geen franchise: Hoge Raad “zwijgt” in de Stellantis-zaak

Op 17 juli 2026 wees de Hoge Raad arrest ...

Vandaag is het World Franchise Day — en Ludwig & Van Dam advocaten bestaat 30 jaar

Op 10 juni 2026 bestaat Ludwig & Van Dam advocaten ...

Franchisegever moet duidelijk waarschuwen bij voorgenomen wijzigingen

Binnen franchiserelaties is verandering onvermijdelijk. Formules moeten zich blijven ontwikkelen, ...

Ga naar de bovenkant