Verhaalbaarheid in crisistijd

Een wederkerend thema in deze bijdrage aan de First Franchise Nieuwsbrief is de betalingsdiscipline binnen franchiseorganisaties, in het bijzonder waar het de betalingsverplichtingen van franchisenemers aan hun franchisegever betreft. Reeds diverse malen is stilgestaan bij de grote risico’s die het laten oplopen van betalingsachterstanden met zich brengt. In de praktijk verzuchten franchisegevers nogal eens dat zij zich gegijzeld voelen door hun franchisenemers, en dat is wellicht niet altijd ver van de waarheid. Immers, het versoepelen van betalingscondities, veelal wat betreft fee en geleverde goederen, ontstaat vanuit een terecht gevoelde zorgverplichting vanuit de franchisegever jegens zijn franchisenemer, die het op dat moment wellicht niet zo goed gaat. De redenering is dan dat, door de betrokken franchisenemer wat meer financiële ruimte te geven, de zware tijden makkelijker kunnen worden overwonnen. Al te licht ontstaat echter een gewoonte en blijft het niet bij een enkele factuur. Talrijk zijn in de praktijk voorbeelden van enorme betalingsachterstanden, soms wel ter hoogte van een jaaromzet of meer, die uiteindelijk op geen enkele wijze meer in te lopen zijn door de betrokken franchisenemer. Afhankelijk van de grootte van de franchiseorganisatie, en de mate waarin dergelijke situaties zich in die organisatie voordoen, kan een dergelijke gang van zaken ronduit levensbedreigend zijn voor de gehele franchiseorganisatie in kwestie.

Het credo aan het adres van zowel franchisegevers als franchisenemers blijft dan ook het niet tot betalingsachterstanden te laten komen. Gebeurt dat echter toch, door welke oorzaak dan ook, draag dan als franchiseorganisatie zorg voor een strakke benadering van het geheel. Wil op enig moment in rechte effectief kunnen worden opgetreden tegen een wanbetalende franchisenemer, dan dient die franchisenemer tijdig in gebreke te worden gesteld, hetgeen, kort gezegd, wil zeggen dat hem een termijn wordt gesteld waarbinnen de betalingsachterstand geheel of gedeeltelijk dient te zijn ingelopen, bij gebreke waarvan de betrokken franchisenemer in verzuim verkeert en de betalingsachterstanden daadwerkelijk kunnen worden opgeëist, al dan niet in rechte en al dan niet versterkt door een vergoeding van (contractuele of wettelijke) rente en kosten. Helaas blijft een dergelijke ingebrekestelling in de praktijk ook nog wel eens achterwege, hetgeen het daadwerkelijk innen van vorderingen uitsluitend bemoeilijkt. Het gevoel van “gegijzeld te zijn” vloeit bij franchisegevers voorts nogal eens voort uit de omstandigheid dat franchisenemers die in betalingsmoeilijkheden verkeren die betalingsmoeilijkheden, terecht of onterecht, nogal eens toeschrijven aan de franchisegever. Allerlei verwijten vliegen dan over tafel, de franchisegever zou de franchiseovereenkomst niet adequaat nakomen, de geprognosticeerde omzet wordt niet behaald et cetera. Wanneer de franchisenemer in kwestie dan vervolgens op basis daarvan een vordering op de franchisegever construeert, een zogenaamde tegenvordering, is de juridische discussie helemaal oneindig en is veelal een gang naar de rechtbank onvermijdelijk geworden. Alsdan is terstond sprake van een complexe juridische procedure, met eisen en tegeneisen over en weer, en bovendien veelal relevante bedragen die daarmee zijn gemoeid. Een dergelijke procedure kent al gauw een looptijd van twee jaar. Blijkt dan uiteindelijk de procedure door de franchisegever grosso modo te worden gewonnen, dan is het nog maar zeer de vraag of en in hoeverre deze de oorspronkelijke vordering zijnerzijds, te weten de niet betaalde facturen, nog verhaald kan krijgen: de franchisenemer is in veel gevallen, mede als gevolg van de langlopende procedure, financieel zo uitgeput dat een faillissement of schuldsanering de enige reële optie blijkt. Naast alle procedurele kosten staat de franchisegever dan vervolgens dus met lege handen.

De moraal van dit verhaal: laat geen betalingsachterstanden ontstaan en voer een strak debiteurenbeleid. Een en ander is zowel in het belang van de franchisegever als zijn franchisenemers en houdt de relatie overzichtelijk en zuiver.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Alex Dolphijn van Ludwig & Van Dam Advocaten geeft op 19 april 2018 op de franchisebeurs “Onderneem ’t!” een seminar over: “Rechtspositie franchisenemers verbeteren? Over trends en ontwikkelingen in wet- en regelgeving.”

Voor meer informatie klik op onderstaande link.

Zorgplicht franchisegever in de precontractuele fase

De rechtbank Limburg oordeelde op 6 april 2017, ECLI:NL:RBLIM:2016:2843, dat de franchisegever in de precontractuele fase een zorgplicht heeft jegens de aspirant- franchisenemer.

Franchisenemer ontloopt hoofdelijke aansprakelijkheid in privé

De rechtbank Rotterdam heeft in een vonnis van 28 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2913, geoordeeld over de vraag wat de betekenis is van de clausule in de franchiseovereenkomst waarin bepaald is dat

Ondeugdelijke prognose door ontbreken vestigingsplaatsonderzoek

De rechtbank Den Haag heeft op 21 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3348 geoordeeld dat een prognose van een franchisegever ondeugdelijk was, waardoor de franchisenemer gedwaald had en de franchisegever

Omzeilen post non-concurrentiebeding bij franchising

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 3 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3128, een vonnis in kort geding van de rechtbank Gelderland over concurrerende activiteiten vernietigd.

Column Franchise+ – “Verbod verkoop via internetplatforms in franchiseovereenkomst vrijgesteld van kartelverbod”

Eind vorig jaar haalde Thuisbezorgd.nl de woede van vele maaltijdbezorgers op haar hals door wederom een tariefverhoging aan te kondigen. Het standaardtarief van Thuisbezorgd.nl bereikte daarmee een

Door Remy Albers|09-04-2018|Categorieën: Mededinging, Uitspraken & actualiteiten|Label: |
Ga naar de bovenkant