Voortijdige beëindiging van een commerciële relatie: vergoeding van schade

Door Gepubliceerd Op: 26-03-2026Categorieën: Uitspraken & actualiteitenLabel: ,

Het per direct beëindigen van een commerciële samenwerking is niet zonder meer voortijdig te beëindigen zonder consequenties. Zo laat het arrest van het Hof Amsterdam van 17 maart 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:747) zien dat zo’n beslissing aanzienlijke financiële gevolgen kan hebben.

In deze zaak ging het formeel om een distributieovereenkomst, maar de overwegingen van het hof zijn zonder meer relevant voor de franchisepraktijk, waar vergelijkbare duurzame samenwerkingsrelaties centraal staan.

De overeenkomst werd abrupt beëindigd. Het hof oordeelde dat dit onterecht was en dat de wederpartij daardoor schade had geleden. Die schade werd vastgesteld aan de hand van een klassieke vermogensvergelijking: de feitelijke situatie versus de hypothetische situatie waarin wél een redelijke opzegtermijn in acht zou zijn genomen. In dit geval werd uitgegaan van een termijn van twaalf maanden.

Op basis van een deskundigenrapport werd de schade begroot op ruim € 128.000. Daarbij stond de gederfde winst centraal. Het hof trekt daarbij duidelijke grenzen: voorbereidings- en expansiekosten komen niet afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking, omdat deze ook bij een correcte beëindiging zouden zijn gemaakt en bovendien in de winst verdisconteerd liggen. Ook groeiverwachtingen worden kritisch beoordeeld; alleen realistische en onderbouwde prognoses tellen mee.

Het arrest bevestigt dat een voortijdige beëindiging zonder redelijke opzegtermijn in beginsel leidt tot aansprakelijkheid, maar ook dat schadevergoeding beperkt blijft tot aantoonbare en realistische winstderving binnen die termijn. Bij specifiek franchiseovereenkomsten kan nog de vraag gesteld worden hoe in dit kader om te gaan met de wettelijk vereiste goodwill-regeling die in de franchiseovereeenkomst moet staan (artikel 7:920 lid 1 BW). Die vraag kwam bij deze uitspraak klaarblijkelijk niet aan bod.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Zorgplicht franchisegever in de precontractuele fase

De rechtbank Limburg oordeelde op 6 april 2017, ECLI:NL:RBLIM:2016:2843, dat de franchisegever in de precontractuele fase een zorgplicht heeft jegens de aspirant- franchisenemer.

Franchisenemer ontloopt hoofdelijke aansprakelijkheid in privé

De rechtbank Rotterdam heeft in een vonnis van 28 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2913, geoordeeld over de vraag wat de betekenis is van de clausule in de franchiseovereenkomst waarin bepaald is dat

Ondeugdelijke prognose door ontbreken vestigingsplaatsonderzoek

De rechtbank Den Haag heeft op 21 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3348 geoordeeld dat een prognose van een franchisegever ondeugdelijk was, waardoor de franchisenemer gedwaald had en de franchisegever

Omzeilen post non-concurrentiebeding bij franchising

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 3 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3128, een vonnis in kort geding van de rechtbank Gelderland over concurrerende activiteiten vernietigd.

Column Franchise+ – “Verbod verkoop via internetplatforms in franchiseovereenkomst vrijgesteld van kartelverbod”

Eind vorig jaar haalde Thuisbezorgd.nl de woede van vele maaltijdbezorgers op haar hals door wederom een tariefverhoging aan te kondigen. Het standaardtarief van Thuisbezorgd.nl bereikte daarmee een

Door Remy Albers|09-04-2018|Categorieën: Mededinging, Uitspraken & actualiteiten|Label: |

Column Franchise+ – “Geschillen over franchisefee”

Het is de laatste tijd flink raak bij ook de allergrootste franchiseorganisaties van Nederland. Bij de formules van Albert Heijn, Hema, Etos, Bruna en Olympia werd en wordt er bijvoorbeeld flink

Ga naar de bovenkant