Wijziging van het verdienmodel voor de franchisenemers
In een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8592, werd geoordeeld dat de franchisegever het verdienmodel voor de franchisenemers niet mocht wijzigen.
Diverse franchisenemers kwamen op tegen de wijziging van het verdienmodel door de franchisegever. In de verschillende versies van de franchiseovereenkomst is eenduidig vastgelegd dat het verdienmodel wordt vastgesteld door de franchisegever. Meteen beroep op dat beding wijzigde de franchisegever het verdienmodel. De franchisenemers hebben in de dagvaarding onderbouwd dat de eerste wijziging grofweg leidt tot een omzetdaling van 50% en de later aangepaste wijziging leidt tot een omzetdaling van omstreeks 30%.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de franchisegever zich niet heeft gedragen zoals van een goed franchisegever verwacht mag worden hetgeen een schending van artikel 7:912 BW oplevert. De voorzieningenrechter laakt het gebrek aan motivering van de wijziging door de franchisegever en dat de franchisegever zich de schijn op zich laadt dat niet enkel gewijzigde marktomstandigheden, maar belangen van haar eigen aandeelhouder voorop staan bij het herinrichten van het verdienmodel. Daarbij lijkt de strategie gericht te zijn op het verwerven van een zo groot mogelijk marktaandeel voor het merk van haar aandeelhouder.
Geen overwegingen in dit vonnis worden gewijd aan het instemmingsrecht zoals bedoeld in artikel 7:921 BW. Het instemmingsrecht betekent kort gezegd dat de franchisegever in bepaalde gevallen de expliciete instemming van (een meerderheid van) de franchisenemers nodig heeft voordat bepaalde wijzigingen kunnen worden doorgevoerd. De voorzieningenrechter komt hier kennelijk niet aan toe nu reeds geoordeeld is dat de franchisegever in strijd met artikel 7:912 BW handelt.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising
Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.
Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?
De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had
Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers
In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?
Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de
Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?
In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn
Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?
In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.





