Artikel Franchise+ – Actuele stand van zaken Wet franchise – d.d. 27 maart 2020 – mr. A.W. Dolphijn

Door Gepubliceerd Op: 27-03-2020Categorieën: Uitspraken & actualiteiten

Het wetgevingsproces aangaande de Wet franchise gaat ondanks alles
voort. Nadere vragen aan de regering over het wetsvoorstel kunnen de
basis zijn van het te voeren debat in de Tweede Kamer over het
wetsvoorstel. 

Op 12 maart 2020 hebben leden van de vaste commissie voor Economische Zaken
en Klimaat vragen gesteld aan de regering naar aanleiding van het
wetsvoorstel van 10 februari 2020 voor de Wet franchise. Deze commissie is
belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel. De vragen aan
de regering kunnen een indicatie zijn voor het nog in te plannen
Kamerdebat.

Enkele in het oog springende vragen zijn de volgende:

· Er bestaan twijfels over de omvang en ernst van de problemen in de
franchisesector: Gevraagd wordt of er cijfermatige onderbouwingen zijn van
de vermeende problemen in de franchisesector, behoudens de genoemde bronnen
uit één krant?

· Bij franchising is er geregeld sprake van grensoverschrijdende afspraken.
Zou de Wet franchise ook van toepassing zijn bij franchiseorganisaties die
vestigingen in andere landen hebben? Ziet de regering risico’s voor de
concurrentiepositie van Nederland?

· Er wordt gewezen op de vele verschillende soorten franchiserelaties,
waaronder gevallen waarin er geen sprake is van onevenwichtigheid. Gevraagd
wordt hoe dit in te passen is in het wetsvoorstel. Tevens wordt gevraagd of
overwogen is kleine franchisegevers uit te zonderen.

· Meer duidelijkheid wordt verlangd over de onderzoeksplicht van de
aspirant franchisenemer. Hoe ver reikt de onderzoeksplicht van de
franchisenemer en wat moet de franchisegever mededelen? Hoe verhoudt zich
het ontbreken van de prognoseplicht tot de verplichting historische
gegevens te delen?

· Bij het aangaan van een franchiseovereenkomst wordt een
stand-still-periode geïntroduceerd, waarbij de volledig geïnformeerde
franchisenemer zich nog kan terugtrekken. Hoe verhoudt dit zich tot de
noodzaak om de formulegeheimen van de franchisegever te kunnen waarborgen?

· Franchisenemers zouden bepaalde instemmingsrechten krijgen over
bijvoorbeeld formulewijzigingen. Gevraagd wordt hoe te voorkomen is dat dit
de innovatie remt. Zou het niet ook mogelijk moeten zijn voor de
franchisegever om pilots op te kunnen zetten?

· De verplichting tot toekenning van goodwill aan een franchisenemer bij
het einde van de franchiseovereenkomst geldt alleen als de franchisegever
de onderneming (met een andere franchisenemer) voortzet. Onduidelijk is of
dat ook geldt als de onderneming in een overbruggingsperiode niet
geëxploiteerd wordt.

· Als de franchisenemer boven een (in de franchiseovereenkomst opgenomen)
niveau verplicht wordt investeringen en uitgaven te doen, dan is de
instemming van de franchisenemer nodig. Gevraagd wordt of ook afgesproken
zou kunnen worden dat de franchisegever de uitgaven desalniettemin kan
verplichten, maar toezegt de franchisenemer achteraf te zullen compenseren
voor het eventueel geleden nadeel.

Voor franchisegevers en (aspirant-)franchisenemers zal wetgeving op het
gebied van franchising grote impact hebben. Het is voor hen van belang de
ontwikkelingen op dat vlak goed te monitoren en waar nodig te anticiperen
op de komende wijzigingen. De coronacrisis zal ongetwijfeld (vertragende)
effecten hebben op een en ander, maar van afstel zal zeker geen sprake
zijn.

Klik hier voor het gepubliceerde artikel.

 

Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt
u reageren?Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

 

Andere berichten

Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op

Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.

Overnames en franchisenemersbelang

Het zal niemand zijn ontgaan, zeker het laatste jaar kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de Nederlandse economie zich weer fors in de lift bevindt.

Welke rechter bij huur- en franchiseovereenkomst?

Welke rechter is bevoegd te oordelen over een samenhangende huur- en franchiseovereenkomst?

Interview Franchise+ – mrs. J. Sterk en A.W. Dolphijn – “Omkering bewijslast bij prognoses door rechter gehonoreerd”

De nieuwe Wet Acquisitiefraude blijkt inderdaad relevant voor de franchisebranche, blijkt uit dit artikel uit Franchise+.

Door Ludwig en van Dam|20-12-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Franchisegever veroordeeld onder de Wet Acquisitiefraude

Voor de eerste keer heeft een rechter onder verwijzing naar de Wet Acquisitiefraude geoordeeld dat, als een franchisenemer stelt dat de franchisegever een ondeugdelijke prognose voorgehouden heeft

Ga naar de bovenkant