Artikel Franchise+ – “Hoe kom ik van mijn schulden af: Ook voor franchisenemers en franchisegevers” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 20 oktober 2020
Is de situatie uitzichtloos, bijvoorbeeld door schulden in verband met de coronacrisis en wordt een reddingsplan gedwarsboomd?
Ook voor franchisenemers en franchisegevers die in financieel zwaar weer verkeren, kan een reorganisatie noodzakelijk zijn om te kunnen blijven voortbestaan. De coronacrisis zal voor sommigen onoverbrugbare schulden veroorzaken, die voortzetting van de onderneming wellicht uitzichtloos lijken te maken. Met de invoering van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (“WHOA”) kan een faillissement beter worden voorkomen en een doorstart worden gerealiseerd, waarbij schulden (deels) kwijtgescholden kunnen worden.
Een reddingsplan blijkt in de praktijk lastig als bepaalde schuldeisers dwarsliggen. Die kunnen het plan onmogelijk maken. Onder die schuldeisers kunnen ook de Belastingdienst, aandeelhouders, verhuurder, leverancier of franchisegever of franchisenemers worden geschaard.
Met de WHOA kunnen schuldeisers nu nog beter gedwongen worden om in te stemmen met een reddingsplan. De rechtbank kan dan gevraagd worden het reddingsplan te beoordelen, waarbij afgewogen wordt of en in hoeverre dwarsliggers mee zullen moeten doen. Het reddingsplan kan dan goedgekeurd worden en dwarsliggende schuldeisers kunnen daarmee gedwongen worden akkoord te gaan.
De regeling geeft in principe de noodlijdende ondernemer grote vrijheid bij het bepalen van de inhoud van het reddingsplan. De gerechtelijke procedure kent korte termijnen en een snelle doorlooptijd. Het is een complexe juridische procedure en dat maakt het belangrijk dat tijdig voorbereidingen getroffen worden.
De WHOA is reeds aangenomen en zal naar verwachting per 1 januari 2021 in werking treden. Voor veel franchisebedrijven zal juist van belang zijn om tijdig een reddingsplan op te stellen of om te anticiperen op een dergelijk plan.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl
Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden





