Belastingfraude bij 45% van de franchisenemers van Super de Boer
De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft op 11 november 2016 diverse voormalig Super de Boer franchisenemers veroordeeld tot werkstraffen en geldboetes wegens belastingfraude. Zij zijn schuldig bevonden aan uit de kassa afromen van geldbedragen waardoor die bedragen buiten de administratie bleven en er dus ook geen belasting over afgedragen werd.
Tijdens een boekenonderzoek door de Belastingdienst in mei 2008 is bij een franchisenemer van Super de Boer in Ede geconstateerd dat met grote regelmaat negatieve ronde bedragen in diens kassa werden aangeslagen. Deze negatieve bedragen zaten niet meer in de omzet volgens de kassabestanden omdat deze hiervan waren afgetrokken. De Belastingdienst heeft vervolgens nader onderzoek gedaan naar eerder verricht boekenonderzoek bij 64 andere franchisenemers van Super de Boer. Hieruit bleek dat in drie gevallen sprake was van dezelfde fraudemethodiek. Vervolgens heeft de Belastingdienst de kassabestanden van alle 240 franchisenemers over 2006 en 2007 opgevraagd bij Super de Boer Winkels B.V. Na analyse daarvan heeft de Belastingdienst geconcludeerd dat vermoedelijk 45% van deze ondernemers op een soortgelijke manier hun omzet hebben afgeroomd. Vervolgens is na overleg tussen de Belastingdienst, de FIOD en het Functioneel Parket besloten de grootste vermoedelijke fraudeurs strafrechtelijk te onderzoeken. Uiteindelijk zijn er vier mensen daadwerkelijk vervolgd en veroordeeld.
Zie Rechtbank Gelderland 11 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6163, ECLI:NL:RBGEL:2016:6164 en ECLI:NL:RBGEL:2016:6165
Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl
Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden





