Bestuurder franchisenemer aansprakelijk
Aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland is een geschil voorgelegd door een franchisegever over de vraag of de bestuurder van een voormalig franchisenemer persoonlijk aansprakelijk is wegens concurrerende activiteiten, zonder dat hem een non-concurrentieverbod was opgelegd. De voorzieningenrechter van de rechtbank wees vonnis op 13 februari 2015 (ECLI:NL:RBGEL:2015:2080).
Franchisegever is een uitvaartonderneming en zij verzorgt uitvaarten in heel Nederland, onder andere door middel van samenwerking met franchisenemers die werken onder de door franchisegever ontwikkelde franchiseformule.
In de franchiseovereenkomst is onder meer bepaald dat het de franchisenemer verboden is gedurende één jaar na beëindiging van de franchiseovereenkomst concurrerende activiteiten te ontplooien, op straffe van een boete. Verder is bedongen dat de franchisenemer het hiervoor omschreven verbod ook dient op te leggen aan al degenen die bij de franchisenemer in dienst zijn, of in welke vorm dan ook werkzaam zijn. Franchisenemer is tevens verplicht dit beding schriftelijk in contracten met zijn/haar personeel te regelen en allen die voor de franchisenemer werkzaamheden verrichten.
De franchisenemer in kwestie is (gemakshalve gesteld) een B.V. De bestuurder van de franchisenemer heeft namens de franchisenemer de franchiseovereenkomst aangegaan. Op enig moment wordt de franchiseovereenkomst beëindigd. Vorenbedoelde bestuurder gaat als bestuurder van een concurrerende uitvaartorganisatie aan de slag.
De franchisegever vordert in kort geding om (onder ander) de bestuurder te veroordelen niet (meer) in strijd te handelen met vorenbedoelde non-concurrentie verbod. Belangwekkend daarbij is de vraag of de bestuurder gehouden is aan het non-concurrentieverbod. Zulks is immers, zo stelt de rechtbank vast, niet met de bestuurder overeengekomen.
De rechtbank oordeelt dat het niet aanvaardbaar is dat de bestuurder zichzelf niet het non-concurrentieverbod op heeft gelegd, in strijd met de verplichting daartoe, terwijl de bestuurder wel degene was die onder de B.V. van de franchisenemer in wezen de franchiseformule van de franchisegever exploiteerde. De bestuurder handelde aldus onrechtmatig en de voorzieningenrechter sanctioneerde dit door de bestuurder te verbieden concurrerende activiteiten te ontplooien, zoals in de franchiseovereenkomst met de franchisenemer overeengekomen was, op straffe van een dwangsom.
Uit deze uitspraak kan de conclusie getrokken worden dat, als de bestuurder moet hebben geweten dat de bedoeling van de franchiseovereenkomst overduidelijk is dat de bestuurder geen concurrerende activiteiten ontplooit, de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is, als hij of zij wel concurrerende activiteiten ontplooit.
Mr A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Rechtbank verbiedt Domino’s eenzijdige rayonverkleinging bij verlenging franchiseovereenkomsten – d.d. 28 januari 2019 – mr. R.C.W.L. Albers
Op 9 januari 2019 is door de rechtbank Rotterdam een vonnis gewezen in een door de Vereniging van Domino’s Pizza Franchisenemers en al haar leden (nagenoeg alle franchisenemers van Domino’s) gestarte
Retentierecht van de franchisenemer
Kan een aspirant-franchisenemer een retentierecht inroepen om een entree-fee terug te vorderen als na het sluiten van de voorovereenkomst er niet alsnog een franchiseovereenkomst tot stand komt?
Supermarktbrief – 24
Concept wetsvoorstel Wet Franchise
Knowhow franchiseformule nu ook wettelijk beschermd
Knowhow is een van de meest essentiële onderdelen van een franchiseformule.
Franchisegevers mogen geen wijziging van winkeltijden meer opleggen
Eind 2018 is een concept van de “Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers” gepresenteerd.
Conceptwetsvoorstel inzake franchising
Om de verhoudingen tussen de franchisegevers en franchisenemers te verbeteren wordt een wet opgesteld voor de franchisebranche.





