Bestuurdersaansprakelijkheid inzake franchising: misleiding of samenwerkingsplan

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 9 juni 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:4196) geoordeeld over de vraag of bestuurders van een rechtspersoon onrechtmatig handelden met het voorhouden van de mogelijkheden voor onder meer het opzetten van een franchiseformule in China. 

Appellanten exploiteren onder meer cosmetische producten onder de naam WinSpa. De bestuurders van een rechtspersoon hebben een plan voorgehouden op basis waarvan appellanten uitgenodigd werden tot samenwerking. In het bijzonder werd een Business- en Marketingplan voor de verkoop in China voorgehouden, waarbij appellanten bijvoorbeeld distributie via verkooppunten in China zouden zijn beloofd. Tevens werd appellanten voorgehouden een franchiseorganisatie op te kunnen zetten in China om de producten van appellanten te vermarkten. Appellanten hebben op basis van die mededelingen een groot aantal samples van producten kosteloos verschaft. Deze samenwerking loopt uit op een fiasco.

Appellanten vorderen onder meer dat de bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schade. Het verwijt is dat de appellanten schade hebben geleden doordat zij met de rechtspersoon een overeenkomst hebben gesloten tot het kosteloos verstrekken van kostbare samples, op grond van de herhaalde mededelingen in de vaste overtuiging verkerende dat deze samples op korte termijn terugverdiend zouden worden, omdat deze samples gebruikt zouden worden om de voorgespiegelde verkooppunten te bevoorraden, terwijl deze verkooppunten in het geheel niet bestonden.

Het Gerechtshof stelt de vraag centraal of de mededelingen een (onjuiste) weergave is van de bestaande situatie (zoals appellanten lijken te stellen), of een plan voor de benadering van de Chinese markt. Het Gerechtshof oordeelt dat dit laatste het geval is en dat er dus niet voorgehouden was dat er al sprake was van een in China bestaand verkoopnetwerk. Omdat er slechts sprake was van veelbelovende en speculatieve plannen, kan het kosteloos ter beschikking stellen van samples van producten door appellanten, niet worden herleid tot de door de bestuurders gedane mededelingen. Daarbij maakt het niet uit of men nu toetst aan de norm van artikel 6:162 BW dan wel aan de strengere norm voor de aansprakelijkheid van bestuurders van een rechtspersoon zoals uitgewerkt door de Hoge Raad in zijn arrest van 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen). De conclusie is steeds dat van aansprakelijkheid van de bestuurders geen sprake is, aldus het Gerechtshof.

Uit deze uitspraak volgt dat een plan om samen een markt te bewerken middels franchising, nog geen misleidende mededeling behoeft te bevatten. Van bestuurdersaansprakelijkheid zal dan ook geen sprake zijn.

Mr A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Mail naar dolphijn@ludwigvandam.nl 

Andere berichten

Franchisenemer klem door concurrentiebeding? – d.d. 21 oktober 2019 – mr. A.W. Dolphijn

De rechtbank Oost-Brabant heeft beslist dat een franchisenemer bij tussentijdse beëindiging van de franchiseovereenkomst toch gehouden was aan het opgenomen concurrentieverbod.

Koppeling franchiseovereenkomst en huurovereenkomst onzeker? – d.d. 14 oktober 2019 – mr K. Bastiaans

Het is binnen een franchiserelatie geen uitzondering dat partijen overeenkomen dat de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Door mr. K. Bastiaans|14-10-2019|Categorieën: Franchise-kenniscentrum/ Nationale Franchise- en Formulebrief-publicaties|

Beëindiging franchiseovereenkomst bij wijzigingen in gehuurde winkelruimte – 27 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn

Opzegging van een franchiseovereenkomst in het licht van het substantieel wijzigen van de gehuurde winkelruimte.

Artikel De Nationale Franchisegids: “Verdeling van (potentiële) klanten verboden?” – 17 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn

Binnen veel franchiseorganisaties worden afspraken gemaakt over de werving van (potentiële) klanten in een bepaald gebied.

Rayonbescherming geen bescherming tegen beëindiging wegens dringend eigen gebruik – d.d. 17 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn

Kan franchisegever als verhuurder de huurovereenkomst beëindigen wegens dringend eigen gebruik, in de zin van rayonbescherming, terwijl dit op grond van de franchiseovereenkomst uitgesloten zou zijn.

Door Alex Dolphijn|17-09-2019|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|Label: , , , , |
Ga naar de bovenkant