De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers – Contracteren 2019, nr. 1
In het toonaangevende juridisch wetenschappelijk tijdschrift Contracteren schreef mr. Dolphijn een bijdrage over veelvoorkomende bepalingen in franchiseovereenkomsten waarbij is bepaald dat een franchisenemer verplicht lid is van een franchisenemersvereniging.
In deze bijdrage gaat mr. Dolphijn in op de vraag of een franchisenemer gebonden is aan afspraken die de franchisenemersvereniging met de franchisegever maakt. Hij concludeert dat dat niet zonder meer het geval is. In het voorontwerp voor een wettelijke regeling over franchise zijn regels opgenomen waarbij de franchisegever onder omstandigheden bij het doorvoeren van wijzigingen voorafgaande instemming van een twee derde meerderheid van het vertegenwoordigd orgaan van de franchisenemers nodig heeft. Hoe verhoudt zich dat met bijvoorbeeld het verenigingsrecht?
Het artikel is via de volgende link te bestellen bij de uitgever: https://bit.ly/2UYCZii
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Continuering exploitatie, ondanks forse achterstand franchisefee?
Kan de franchisenemer door blijven gaan met exploiteren, ondanks een forse betalingsachterstand van franchisefee?
Inbreuk op concurrentiebeding, waar ligt de grens?
In deze kwestie startte een voormalig freelancer van massagesalon Doctor Feelgood een eigen massagesalon onder de naam Feelgood-store.
Onderzoek naar aantallen franchiseprocedures
Recentelijk publiceerde wij op de website een kort inventariserend onderzoek naar de franchisejurisprudentie over de afgelopen zes jaar.
Schending zorgplicht tast exoneratie aan
In een geschil over een beroep op exoneratiebeding in de franchiseovereenkomst door de franchisegever, is overwogen dat rekening gehouden dient te worden met de aard van de franchiseovereenkomst
Supermarktbrief – 5
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad.
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad
Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad ten tweede male bevestigd dat de wachttijd van drie jaar bij opzegging van de huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik na koop van het onroerend
