De goodwillregeling van de Wet franchise, Contracteren, december 2025
In het vooraanstaande juridisch wetenschappelijk tijdschrift “Contracteren” is een artikel gepubliceerd van mr. Alex Dolphijn van Ludwig & Van Dam Advocaten met als titel: “De goodwillregeling van de Wet franchise”.
In de bijdrage wordt ingegaan op de goodwillregeling van artikel 7:920 lid 1 BW, die beoogt franchisenemers te beschermen bij het einde van de franchiseovereenkomst, aangezien zij vaak de zwakkere partij zijn. De wet schrijft voor dat in de franchiseovereenkomst een regeling wordt opgenomen over het bestaan, de omvang en de toerekening van goodwill aan de franchisenemer. Hoewel dit geen automatisch recht op vergoeding creëert, kan de franchisenemer bij aantoonbare goodwill aanspraak maken op een redelijke vergoeding. Onzekerheid blijft bestaan over de uitleg van begrippen zoals ‘overname’ en de verhouding tot andere vergoedingsgronden, zoals ongerechtvaardigde verrijking of wanprestatie, waardoor de regeling complex en mogelijk ongunstig uitpakt voor franchisenemers.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?
In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn
Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?
In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het




