De mogelijkheid tot het al dan niet actief werven van klanten buiten
Op grond van de regelgeving daaromtrent is het toegestaan actieve wervingsactiviteiten van de franchisenemer te beperken tot zijn exclusieve gebied. In dat gebied kan de franchisenemer dan in vrijheid adverteren en op enige andere wijze klanten werven. De franchisegever dient alsdan aan het actief werven van klanten binnen het exclusieve gebied aan de franchisenemer geen beperkingen op te leggen. Uiteraard is het mogelijk dat bepaalde advertenties buiten het exclusieve gebied van de desbetreffende franchisenemer terechtkomen, al dan niet via internet.
Uit het bovenstaande vloeit voort dat wanneer een klant, die niet gevestigd is in het exclusieve gebied van de franchisenemer, zich tot deze franchisenemer wendt de franchisenemer vrij is om met deze klant zaken te doen. Een en ander geldt uiteraard ook indien een dergelijk klantencontact tot stand komt via internet dan wel een catalogus. Wel kan het in dat verband aan een franchisenemer verboden worden om actief e-mails te verspreiden buiten zijn exclusieve gebied. Alsdan is er namelijk sprake van zogenaamde actieve werving. Met andere woorden: indien er sprake is van actieve verkoop kunnen de mogelijkheden van een franchisenemer aan banden worden gelegd. Resumerend komt het bovenstaande erop neer dat indien een franchisegever aan zijn franchisenemer een exclusief gebied toekent, de franchisenemer in dat desbetreffende gebied grote vrijheid moet hebben ten aanzien van het werven van klanten; de zogenaamde actieve verkoop. De franchisegever kan slechts beperkingen opleggen indien de verkoopactiviteiten plaatsvinden in het gebied buiten het exclusieve gebied van de desbetreffende franchisenemer. Dikwijls zal een en ander overigens ook reeds voortvloeien uit hoofde van de bescherming van andere franchisenemers die zich in dat aangrenzende gebied bevinden, ieder met zijn eigen exclusieve gebied.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden




