Fictieve dienstbetrekkingsperikelen

Een blijvend punt van aandacht dient in franchiseverhoudingen te allen tijde te zijn de vraag of in de franchiseverhouding niet een dermate grote invloed van franchisegevers-zijde op het beleid van de franchisenemer aanwezig is dat kan worden gesproken van een zogenaamde gezagsverhouding, welke zou kunnen leiden tot het aannemen van een arbeidsrelatie door fiscus en UWV, ook wel aangeduid als fictieve dienstbetrekking. Over dit onderwerp is in deze rubriek al eerder geschreven. Zowel franchisenemer als franchisegever dienen te allen tijde op deze problematiek bedacht te zijn. Daarbij is het zinvol zich te realiseren dat fictieve dienstbetrekkingsproblematiek vele gedaanten kent, welke overigens voor het grootste gedeelte zijn te ontlenen aan de Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking, welke de Directeur generaal Belastingdienst heeft uitgegeven.

Ter herinnering: van groot belang is evenwichtig en gestructureerd overleg tussen franchisegever en franchisenemer, waarbij een evenwichtig samengestelde franchiseraad, welke democratisch is gekozen, in dat verband een belangrijke positieve indicatie kan zijn. Een absolute voorwaarde is voorts dat de franchisenemer zich bij het uitvoeren van de uit de franchise-overeenkomst voortvloeiende werkzaamheden moet kunnen laten vervangen, dat het hem is toegestaan personeel in dienst te nemen en dat hij dus niet gehouden is zelf de feitelijke werkzaamheden te verrichten. Daarnaast zijn er echter talloze andere indicaties die soms onverwacht kunnen leiden tot het aannemen van een fictieve dienstbetrekkingsrelatie, hoewel deze factoren in andere gevallen, zeker wanneer deze op zichzelf staan, niet een dergelijke consequentie kennen. Gedacht dient dan ook met name te worden aan een combinatie van zaken. Een voorbeeld in dit kader kan zijn de in sommige franchise-overeenkomsten voorkomende verplichting de administratie van de franchisenemer onder te brengen bij een door de franchisegever aangewezen accountantskantoor. Op zichzelf leidt die verplichting niet tot een fictieve dienstbetrekking. In combinatie met zekere andere indicaties kan een en ander echter wel daartoe een belangrijke bijdrage leveren. Iets soortgelijks geldt voor het opleggen van een verplicht verzekeringspakket aan de franchisenemer, met name wanneer dat verzekeringspakket dan ook bij een specifieke tussenpersoon dient te worden ondergebracht. In zijn algemeenheid geldt deze regel tevens voor exclusieve afnameverplichtingen. Ook als deze mededingingsrechtelijk zijn toegestaan, kan daaruit toch een verhoogd risico voor het vaststellen van een fictieve dienstbetrekking volgen.
In herinnering zij geroepen dat franchise-overeenkomsten en franchiseconstructies in zijn algemeenheid preventief kunnen worden getoetst door fiscus en/of UWV. Een dergelijke toetsing vooraf is in zijn algemeenheid aan te raden en biedt in veel gevallen de mogelijkheid rectificerende maatregelen te treffen. Daarbij kunnen ook de bovenomschreven “verborgen” indicaties welke tot een fictieve dienstbetrekking zouden kunnen leiden tijdig worden gesignaleerd en desnodig aangepast.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

De door de franchisegever voorgeschreven leverancier presteert niet? Wat nu?

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde op 20 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:727, over de vraag wie moet bewijzen dat de franchisenemer op het verkeerde been gezet is bij het aangaan van de

Rechter: Bescherm franchisenemer tegen supermarktorganisatie (Coop) als verhuurder

Behoeft de franchisenemer wettelijke bescherming tegen supermarktfranchisegever Coop? De rechtbank Rotterdam oordeelde op 9 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1151, dat dit het geval is.

Acquisitiefraude vs. dwaling bij franchiseprognoses

Wie moet bewijzen dat de prognose van de franchisegever ondeugdelijk is? In beginsel is dat de franchisenemer. Als de franchisenemer een beroep doet op de Wet Acquisitiefraude, dan kan het zijn dat

Terugverkoopplicht bij einde franchiseovereenkomst

In franchiseovereenkomsten is soms bepaald dat de franchisenemer verplicht is om aangekochte activa bij het einde van de franchiseovereenkomst terug te verkopen.

Positie franchisenemers bij herstructurering franchisegever

Franchisenemers dienen door de franchisegever vooraf adequaat en ruimhartig geïnformeerd te worden over de inhoud en consequenties van (nadere) afspraken...

Ga naar de bovenkant