Franchisecontract: extra voorwaarden achteraf tellen niet

De Rechtbank Noord-Holland heeft op 3 september 2025 (ECLI:NL:RBNHO:2025:10009) een vonnis gewezen over de totstandkoming van een franchiseovereenkomst.

In deze zaak had een franchisenemer een nieuwe overeenkomst met een looptijd tot 2030 ondertekend. De franchisegever stelde echter dat er géén geldige overeenkomst was, omdat zij die alleen onder voorwaarden had willen sluiten – waaronder een verbouwing en het naleven van extra kwaliteitseisen. Omdat de franchisenemer die eisen niet accepteerde, vond de franchisegever dat er helemaal geen contract was ontstaan.

De rechtbank wees dit verweer af. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW). De franchisegever had tweemaal de overeenkomst zonder enig voorbehoud toegestuurd, en de franchisenemer had ondertekend. Daarmee was het contract rechtsgeldig gesloten. Latere aanvullende eisen zijn te laat en juridisch zonder waarde.

Het wijzigen van voorwaarden van de franchiseverhouding zou onder omstandigheden ook als formulewijziging gekwalificeerd kunnen worden. Hiertoe beidt de Wet franchise diverse waarborgen voor de franchisenemers. Uit deze uitspraak blijkt niet dat dit hier aan de orde gekomen is.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Franchisegever in de zorg is geen zorgaanbieder

De Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (WKKGZ) schept de mogelijkheid dat van overheidswege maatregelen worden opgelegd aan zorginstellingen om de benodigde kwaliteit van de zorg te waarborgen.

Het klantenbestand van de franchisenemer

Als de samenwerking tussen een franchisenemer en een franchisegever eindigt, kan de vraag opkomen wie de klanten zal blijven bedienen.

De herstructurering binnen de formules van Intergamma in juridisch perspectief

De juridische werkelijkheid is soms weerbarstiger dan de feitelijke. De geruchtmakende kwestie bij Intergamma is daar een mooi voorbeeld van.

Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op

Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.

Ga naar de bovenkant