Franchisegever aansprakelijk voor fout franchisenemer
De rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 17 maart 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1351, dat een franchisegever aangesproken kon worden voor een vermeende fout van een franchisenemer.
Een franchisenemer van een woningsbemiddelingsformule had contact met een woningeigenaar. De franchisenemer zou bemiddelen in de verhuur van de woning. Daartoe sloten zij een overeenkomst van opdracht. De woningeigenaar was echter niet tevreden over de uitvoering van de opdracht en stelde daartoe de franchisegever aansprakelijk. De franchisegever (en niet de franchisenemer) werd vervolgens gedagvaard.
De franchisegever stelt zich op het standpunt dat de woningeigenaar zich niet tot de juiste partij heeft gewend. De franchisegever heeft nooit een verhuurkantoor op het vermelde kantooradres geëxploiteerd, terwijl de franchisenemer met zijn eenmanszaak wel op die plaats gevestigd was. De woningeigenaar had dus volgens de franchisegever een overeenkomst met die franchisenemer. De betreffende franchisenemer had verschillende werknemers in dienst. Een werknemer van de franchisenemer heeft ook veelvuldig contact gehad met de woningeigenaar. Volgens de franchisenemer is de verwarring ontstaan doordat de betreffende werknemer gebruik heeft gemaakt van de oude voorraad van het briefpapier van de franchisegever. De huurovereenkomst is afgedrukt op dat oude briefpapier en in een model waarin de franchisegever wordt genoemd. De naam van de eenmanszaak van de franchisenemer komt nergens terug.
De rechtbank oordeelt dat de franchisegever (en trouwens ook de franchisenemer) ervoor te zorgen dat voor een derde duidelijk is met welke onderneming zij te maken heeft. Daartoe overweegt de rechtbank onder meer dat de franchisegever dan wel de franchisenemer ervoor heeft gekozen om oud briefpapier met daarop de aanduiding van de franchisegever te gebruiken. Dit is geen omstandigheid die aan de woningeigenaar kan worden tegengeworpen. De franchisegever had erop kunnen toezien dat dergelijk oud briefpapier niet meer beschikbaar was. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de franchisegever aan de franchisenemer de instructies heeft gegeven met betrekking tot het gebruiken of niet gebruiken van briefpapier. De rechtbank neemt daarom als uitgangspunt dat de franchisegever de contractspartij is en de woningeigenaar de juiste partij heeft gedagvaard.
Voorts overweegt de rechtbank dat er geen sprake was van een tekortkoming in de opdracht van de woningeigenaar, zodat de de franchisegever niet aansprakelijk was. Echter, van belang is dat de franchisegever onder omstandigheden aangesproken kan worden voor gedragingen van de franchisenemer jegens derden.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





