Franchisegever verbiedt opening (franchise)onderneming

Een franchisegever vorderde in kort geding om een franchisenemer te verbieden om de onderneming van een franchisenemer te openen. Zie rechtbank Noord-Nederland 26 juni 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:2428. De franchisegever meende dat de franchisenemer ten onrechte geen overleg gevoerd had met de franchisegever voor de opening van de onderneming, waartoe de franchisenemer 80 à 100 mensen had uitgenodigd. 

De voorzieningenrechter oordeelt dat de franchisenemer wanprestatie pleegt door doelbewust buiten de franchiseovereenkomst om een opening van de onderneming te plannen zonder daarbij te verwijzen naar de franchisegever, terwijl vaststaat dat de onderneming dankzij de franchiseovereenkomst is opgezet. Bovendien is vastgesteld dat franchisegever en franchisenemer nu juist afgesproken hadden dat de opening van de onderneming in gezamenlijk overleg zou plaatsvinden. De voorzieningenrechter verbiedt de door de franchisenemer geplande officiële opening van de onderneming, ondanks dat de uitnodigingen al verzonden waren en de planning al vaststond. 

Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat 

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl.

Andere berichten

Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee

De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.

Door mr. J.A.J. Devilee|06-06-2019|Categorieën: Uitspraken & actualiteiten|

Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik

Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid

Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans

Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...

Door mr. K. Bastiaans|25-04-2019|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |
Ga naar de bovenkant