Franchisegever verbiedt opening (franchise)onderneming
Een franchisegever vorderde in kort geding om een franchisenemer te verbieden om de onderneming van een franchisenemer te openen. Zie rechtbank Noord-Nederland 26 juni 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:2428. De franchisegever meende dat de franchisenemer ten onrechte geen overleg gevoerd had met de franchisegever voor de opening van de onderneming, waartoe de franchisenemer 80 à 100 mensen had uitgenodigd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de franchisenemer wanprestatie pleegt door doelbewust buiten de franchiseovereenkomst om een opening van de onderneming te plannen zonder daarbij te verwijzen naar de franchisegever, terwijl vaststaat dat de onderneming dankzij de franchiseovereenkomst is opgezet. Bovendien is vastgesteld dat franchisegever en franchisenemer nu juist afgesproken hadden dat de opening van de onderneming in gezamenlijk overleg zou plaatsvinden. De voorzieningenrechter verbiedt de door de franchisenemer geplande officiële opening van de onderneming, ondanks dat de uitnodigingen al verzonden waren en de planning al vaststond.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl.

Andere berichten
Afnameplicht en marktconforme prijzen
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 9 september 2015 een vonnis geveld over de vraag of een franchisegever marktconforme prijzen hanteerde bij een exclusieve afnameplicht.
Franchisegever moet juistheid prognose aantonen
Franchisegever moet juistheid prognose aantonen
Spelregels bij internetverkopen
Op 21 juli 2015 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch een uitspraak gedaan in een zaak waarin sprake was van een franchiseovereenkomst voor een onderneming in kappersbenodigdheden.
Redelijke termijn bij opzeggen duurovereenkomst
Redelijke termijn bij opzeggen duurovereenkomst
Het belang van belang bij non-concurrentiebeding
Het belang van “belang” bij non-concurrentiebeding
Bonussen die niet in de franchiseovereenkomst staan
Het Gerechtshof Den Haag 31 maart 2015 werd een geschil voorgelegd tussen een franchisenemer en franchisegever over de afrekening na beëindiging van de franchiseovereenkomst ten aanzien van bonussen.