Franchisenemers: sluit geen arbitrageclausules maar wel een rechtsbijstandsverzekering
Bij conflicten tussen franchisegever en franchisenemer komt het nogal eens voor dat partijen niet met gelijke wapens strijden. Dit kan onder meer gelegen zijn in het feit dat de franchise-overeenkomst een arbitraal beding bevat. Arbiters dienen door partijen te worden bekostigd. De kosten van een dergelijke procedure kunnen alleen daardoor bijzonder hoog uitpakken. In de praktijk brengt dit meer dan eens met zich mee dat de franchisenemer niet in staat is te procederen tegen de franchisegever, die doorgaans wat beter in staat is om arbiters te financieren. Gevolg: de franchisenemer heeft geen mogelijkheden om een arbitrale procedure te starten of zich soms zelfs maar te verweren. Arbitrale bedingen in franchise-overeenkomsten brengen dus rechtsongelijkheid met zich mee. Van equality of arms, een van de uitgangspunten in een beschaafde rechtstaat, is alsdan geen sprake.
Daarnaast is het voor een franchisenemer meer dan eens problematisch zich van rechtshulp te verzekeren, wanneer deze geïndiceerd is. Indien de franchisenemer een advocaat in de arm dient te nemen, valt het lang niet altijd mee deze dienstverlener te betalen. Dit probleem kan worden ondervangen wanneer de franchisenemer zich bij het aangaan van de franchise-overeenkomst verzekert van rechtsbijstand door middel van het sluiten van een rechtsbijstandsverzekering. Op die wijze wordt voorkomen dat reeds op financiële gronden de franchisenemer zich niet kan voorzien van adequate rechtshulp.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden




