Franchiseovereenkomst moet worden overgelegd ondanks beroep op bedrijfsgeheimen

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 11 november 2025 (ECLI: NL:GHDHA:2025:2295) geoordeeld dat een franchisenemer verplicht is om haar franchiseovereenkomst met de franchisegever te overleggen aan een opdrachtnemer met wie zij samenwerkte bij de verkoop van producten.

De opdrachtnemer stelt dat partijen een vaste vergoeding per gerealiseerde verkoop zijn overeengekomen. De franchisenemer betwist dit en voert aan dat haar eigen marges per product aanzienlijk lager lagen. Om dat verweer te kunnen toetsen, oordeelt het hof dat de franchiseovereenkomst een relevant en noodzakelijk document is: daaruit blijkt welke vergoeding de franchisenemer zelf ontvangt binnen de formule. Dit raakt rechtstreeks aan het financiële geschil.

De franchisenemer trachtte overlegging te voorkomen met het argument dat de overeenkomst en de onderliggende gegevens bedrijfsgeheimen bevatten. Het hof verwerpt dat verweer: onvoldoende is onderbouwd waarom deze informatie anno 2025 nog commercieel gevoelig zou zijn. Geen fishing expedition, maar een gericht en noodzakelijk verzoek — en daarom wordt overlegging toegewezen.

Een beroep op “bedrijfsgeheimen” biedt geen absolute bescherming. Wanneer de inhoud van een franchiseovereenkomst nodig is om een financieel geschil te beoordelen, kan het hof inzage afdwingen. Artikel 843a Rv was indertijd daarvoor een krachtig instrument. Artikel 843a Rv is sinds 1 januari 2025 niet meer geldig; het is vervangen door de artikelen 194, 195 en 195a van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Deze nieuwe wet, de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht, moderniseert het inzagerecht door het laagdrempeliger te maken en te verbreden naar computerbestanden en stukken van derden.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Franchisegever in de zorg is geen zorgaanbieder

De Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (WKKGZ) schept de mogelijkheid dat van overheidswege maatregelen worden opgelegd aan zorginstellingen om de benodigde kwaliteit van de zorg te waarborgen.

Het klantenbestand van de franchisenemer

Als de samenwerking tussen een franchisenemer en een franchisegever eindigt, kan de vraag opkomen wie de klanten zal blijven bedienen.

De herstructurering binnen de formules van Intergamma in juridisch perspectief

De juridische werkelijkheid is soms weerbarstiger dan de feitelijke. De geruchtmakende kwestie bij Intergamma is daar een mooi voorbeeld van.

Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op

Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.

Ga naar de bovenkant