Geen instemmingsrecht bij nieuwe franchisevoorwaarden – ook niet bij ingrijpende fee-wijzigingen
In kort geding heeft de Rechtbank Den Haag (Rb. Den Haag 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27218) geoordeeld dat een franchisegever het vergoedingenstelsel mag aanpassen bij het aanbieden van een nieuwe franchiseovereenkomst na afloop van de looptijd, zonder instemming van de franchisenemers . Het wettelijke instemmingsrecht van art. 7:921 BW ziet uitsluitend op wijzigingen tijdens lopende franchiseovereenkomsten en is niet van toepassing in de onderhandelingsfase over opvolgende contracten.
De franchisenemers stelden dat de voorgestelde extra vergoedingen, onder meer voor digitalisering en geautomatiseerde plaatsingen, hun verdienmodel onhaalbaar zouden maken en in strijd waren met goed franchisegeverschap. De voorzieningenrechter volgde dit niet. Onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de voorstellen zó ingrijpend waren dat geen enkele franchisenemer na invoering daarvan nog winstgevend zou kunnen opereren. Ook het beroep op het reglement van de franchiseraad bood geen grond voor een instemmingsrecht.
De uitspraak bevestigt dat franchisenemers bij het aflopen van de overeenkomst geen recht hebben op ongewijzigde voortzetting. Wel geldt dat de franchisegever bij het aanbieden van nieuwe voorwaarden wordt begrensd door de redelijkheid en billijkheid. Alleen wanneer wijzigingsvoorstellen feitelijk neerkomen op een structureel onrendabele exploitatie, kan sprake zijn van een ontoelaatbare doorkruising van die grens.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Ludwig & Van Dam Advocaten standhouder (nr. 2) op de franchisebeurs Onderneem ’t! d.d. 19 & 20 april 2018
Voor meer informatie klik op onderstaande link:
Zorgplicht franchisegever in de precontractuele fase
De rechtbank Limburg oordeelde op 6 april 2017, ECLI:NL:RBLIM:2016:2843, dat de franchisegever in de precontractuele fase een zorgplicht heeft jegens de aspirant- franchisenemer.
Franchisenemer ontloopt hoofdelijke aansprakelijkheid in privé
De rechtbank Rotterdam heeft in een vonnis van 28 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2913, geoordeeld over de vraag wat de betekenis is van de clausule in de franchiseovereenkomst waarin bepaald is dat
Ondeugdelijke prognose door ontbreken vestigingsplaatsonderzoek
De rechtbank Den Haag heeft op 21 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3348 geoordeeld dat een prognose van een franchisegever ondeugdelijk was, waardoor de franchisenemer gedwaald had en de franchisegever
Omzeilen post non-concurrentiebeding bij franchising
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 3 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3128, een vonnis in kort geding van de rechtbank Gelderland over concurrerende activiteiten vernietigd.



