Het onopzettelijke incidentele gebruik van een merk door de voormalige franchisenemer
In het vonnis van de rechtbank Gelderland van 9 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:1691 (ERA Nederland/Houvast Makelaardij) gaat over een situatie waarin een franchisenemer de franchiseovereenkomst met de franchisegever had beëindigd. De franchisegever bevestigde de beëindiging. De
franchisenemer was er op gewezen dat zij alle verwijzingen naar ERA uit haar bedrijfsvoering diende te verwijderen. De voormalig franchisenemer heeft aangevoerd actief de merken van ERA te hebben verwijderd en zich verder ook daartoe te hebben ingespannen. Desalniettemin zijn er onopzettelijke incidentele merken van ERA in gebruik gebleven, veroorzaakt door drukte en slordigheid, aldus de voormalig franchisenemer. Zo zijn op enkele plekken ongewild ERA uitingen zichtbaar gebleven op foto’s op de website van de voormalig franchisenemer en op die van Funda en op te koop borden en posters van panden die de voormalig franchisenemer in beheer heeft.
Vorenbedoelde gebruik levert volgens de voorzieningenrechter merkinbreuk op ex artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE. Het ontbreken van kwade wil of opzet aan de zijde van de voormalig franchisenemer doet aan die inbreuk niet af. Opzet is niet vereist voor het aannemen van een inbreuk. Dat het ongeoorloofde merkgebruik niet op grote schaal zou hebben plaatsgevonden doet aan de inbreuk evenmin af. De schade wordt op grond van artikel 2.21 lid 2 sub b BVIE vastgesteld als een forfaitair bedrag op basis van de licentievergoeding die volgens de beëindigde franchiseovereenkomst verschuldigd zou zijn geweest indien de gewezen franchisenemer toestemming had gevraagd en gekregen om de ERA merken te gebruiken.
Uit deze uitspraak volgt dat van belang is te realiseren dat in beginsel ook het onopzettelijk en incidenteel blijven gebruiken van merkenrechten van de voormalig franchisegever gesanctioneerd kan worden.
Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Juridische splitsing bij franchise en de faillissementspauliana
Onlangs heeft de Hoge Raad interessante uitspraken (ECLI:NL:HR:2013:2122 en ECLI:NL:HR:2013:2133 ) gedaan in een kwestie over juridische splitsing, die ook voor de franchisepraktijk van belang is.
Het exclusief afnamebeding voor de rechter, mededinging
Bij vonnis in kort geding van 26 november 2013 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam
Dienstverlening naar een nieuw franchisemodel
Dienstverlening naar een nieuw franchisemodel
Terugblik op Het Nationale Franchise Congres
Terugblik op Het Nationale Franchise Congres
Verschoonbare inbreuk op de rayonexclusiviteit
Recentelijk oordeelde de rechtbank Rotterdam over een kwestie ter zake inbreuk op de overeengekomen rayonexclusiviteit.
Nieuwsbrief actualiteiten arbeidsrecht – Mr J. Sterk en Mr I. van Efferen
Modernisering van de Ziektewet per 1 januari 2014