Master-franchising: een dubbele afhankelijkheid
Diverse franchise-organisaties in Nederland zijn gebaseerd op een zogeheten master-franchiseconstructie, waarbij de Nederlandse franchisegever op zijn beurt franchisenemer is van een buitenlandse master-franchisegever, die veelal het betrokken franchise-concept heeft ontworpen en dat in diverse landen op een dergelijke basis exploiteert. De Nederlandse franchisenemers hebben in beginsel uitsluitend te doen met hun Nederlandse franchisegever. Op deze basis is het voor vele buitenlandse franchise-concepten op betrekkelijk eenvoudige wijze mogelijk met kennis van zaken de locale markt te betreden. In zijn algemeenheid werkt deze figuur dan ook uitstekend.
Soms echter komen kinken in de kabel. Ontstaan onenigheden tussen de Nederlandse franchisegever en zijn franchisenemers, dan wijkt die situatie in wezen niet af dan die van een “normale” Nederlandse franchise-organisatie. Iets anders is het echter wanneer er onenigheid ontstaat tussen de master-franchisegever en de master-franchisenemer. In de praktijk komt het wel eens voor dat die relatie, om uiteenlopende redenen, wordt beëindigd. De vraag is dan of en in hoeverre de beëindiging van de master-franchiserelatie effect heeft op de relatie tussen de Nederlandse franchisegever en zijn franchisenemers.
Het antwoord op die vraag is enigszins afhankelijk van de aard van de franchise-organisatie. Het kan zo zijn dat, ook na beëindiging van de master-franchiserelatie, de Nederlandse franchisegever het franchise-concept op een dusdanig wijze kan voortzetten dat er niet veel anders dan een naamswijziging behoeft plaats te vinden. In een dergelijke situatie, uitgaande van een adequate communicatie door de franchisegever, zou kunnen worden betoogd dat de franchisenemers gebonden blijven aan hun franchise-overeenkomsten, nu er voor hen de facto niet veel verandert. In andere situaties echter zal de Nederlandse franchisegever niet meer in staat blijken het overeengekomen dienstenpakket te leveren, waaronder, in veel gevallen, de produkten afkomstig van de master-franchisegever. De Nederlandse franchisegever kan daarmee het overeengekomen franchise-concept niet meer aan zijn franchisenemers aanbieden en kan daarmee dus feitelijk de franchise-overeenkomsten niet meer nakomen. In sommige gevallen zal dit hem toe te rekenen zijn, in andere gevallen zal wellicht sprake zijn van overmacht. Dan kan het echter wel zo zijn, afhankelijk van de concrete omstandigheden, dat de franchisenemers hun franchise-overeenkomsten op basis van die feitelijke onmogelijkheid van de zijde van de franchisegever deze na te komen, kunnen ontbinden. Nogmaals: de concrete omstandigheden van het geval zullen in alle gevallen doorslaggevend zijn. Het is echter wel goed te realiseren dat, met name vanuit franchisenemersperspectief, er de facto een dubbele afhankelijkheid wordt gecreëerd wanneer er sprake is van een master-franchiseconstructie.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





