Nietige franchiseovereenkomst door schending standstill-periode
Wat zijn de gevolgen bij schending van de standstill-periode? In een arrest van het Belgische Hof van Cassatie van 2 juni 2023 (C.22.0408.N) werd hierover geoordeeld. Deze Belgische zaak is ook voor de Nederlandse rechtspraktijk van belang, nu de regeling over de standstill-periode in de Wet franchise (artikel 7:914 BW) gebaseerd is op de Belgische regelgeving (artikel X.27 WER). Zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 392, nr. 3, p. 9 en 34.
In het Belgische recht geldt dat, in een periode voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst, niet alvast een contract met de franchisenemer aangegaan mag worden dat nadelig zou kunnen zijn voor de beoogd franchisenemer. Als dat wel gebeurt, dan zou de daarna gesloten franchiseovereenkomst nietig kunnen zijn.
Een franchisenemer van de Belgische supermarkformule Carrefour had de exploitatie van zijn onderneming voortijdig gestaakt wegens aanhoudende verliezen. De vooraf gegeven prognose van de omzet werd niet gehaald. De franchisegever vorderde betaling van de openstaande huurfacturen. De franchisenemer beriep zich in haar tegenvordering op de nietigheid van de franchiseovereenkomst, omdat te kort na het verschaffen van de precontractuele informatie de franchiseovereenkomst al getekend was.
Het hof van beroep oordeelde dat de franchisegever niet enkel gehouden was tot restitutie maar ook tot integrale vergoeding van de schade die de franchisenemer heeft geleden ingevolge de nietige overeenkomsten. De franchisegever ging hiertegen in cassatie.
Het Hof van Cassatie van België bevestigde echter dat met de vernietiging van de franchiseovereenkomst, ook een daarmee samenhangende huurovereenkomst vernietigd wordt. Tevens werd bevestigd dat naast de restitutie van de door de franchisenemer aan de franchisegever betaalde bedragen, de franchisenemer aanvullend aanspraak kan maken op een schadevergoeding, nu het niet inachtnemen van de standstill-periode een fout is (een onrechtmatige daad) van de franchisegever. Te denken valt aan door de franchisenemer gemaakte kosten aan investeringen en energie.
De schending van de standstill-periode lijkt naar Belgisch recht tevens onrechtmatig handelen te impliceren dat recht biedt op vergoeding van schade, naast de verplichting tot terugbetaling van aan de franchisegever afgedragen franchise fees. Niet ondenkbaar is dat de Nederlandse rechter in vergelijkbare zin zal oordelen in dergelijke gevallen.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





