Verklaring arbeidsrelatie: duidelijkheid en zekerheid nu een feit.
Menig franchiserelatie herbergt een beperkt of aanzienlijk risico van een verkapte werkgevers / werknemersrelatie (fictieve) dienstbetrekking in zich. Ter voorkoming van dit risico staan de rechtspraktijk een aantal instrumenten ten dienste. Een van die instrumenten is een adequate en bovenal relevante Verklaring arbeidsrelatie (var). Deze zogehete var-verklaring dient ter voorkoming van het ontstaan van een (fictieve)dienstbetrekking. Let wel het betreft hier bepaald niet alleen de relatie tussen de franchisegever en de franchisenemer. Een dergelijke onplezierige situatie kan tevens ontstaan tussen de franchisenemer en de opdrachtgever / klant. Is dat het geval, dan ontstaat een verplichting tot loonheffing en premies werknemersverzekering. Indien echter zonneklaar is dat de franchisenemer een zelfstandige is, dan wordt hier niet aan toegekomen. De var geeft dus duidelijkheid over de fiscale positie en status van de franchisenemer en daarmee tevens over diens zelfstandige status.
Thans is een wetsvoorstel in werking getreden dat met zich meebrengt dat de nieuwe var-verklaring in absolute zin zal leiden tot een vrijwaring van eventuele premieheffing en heffing van loonbelasting, tenzij er sprake is van frauduleus handelen van de zijde van de aanvrager. Anders dan in het verleden nog wel eens het geval was, is thans door de wetgever dus absolute rechtszekerheid gecreëerd. De franchisenemer kan de var-verklaring aanvragen bij de belastingdienst.
In het belang van de franchisegever, franchisenemer én de opdrachtgever / klant is het van belang deze rechtszekerheid van tevoren te scheppen en helder te communiceren. Langs deze weg worden (grote) werkproblemen voorkomen en kunnen de werkzaamheden voor de duur van de var-verklaring probleemloos worden verricht. Door het nieuwe wetsvoorstel is duidelijkheid en rechtszekerheid in het belang van alle betrokkene thans gewaarborgd.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising
Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.
Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?
De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had
Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers
In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?
Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de
Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?
In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn
Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?
In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.





