Voorkeursrecht van koop in huurovereenkomst gaat niet op – 7 september 2018 – mr. A.W. Dolphijn

De rechtbank Den Haag heeft op 5 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:10554, geoordeeld dat een aandelentransactie binnen de organisatie van de huurder, niet betekend dat de verhuurder een beroep kan doen op het ten gunste van de verhuurder bedongen voorkeursrecht van koop.

Daarbij moet echter wel aangetekend worden dat de huurovereenkomst en het voorkeursrecht van koop destijds door deskundige partijen en deskundige adviseurs gesloten is en er sprake was van een ‘intercompany’ huurovereenkomst binnen hetzelfde concern. Daarom dient volgens de rechtbank in dit specifieke geval aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen van de overeenkomst groot gewicht te worden toegekend. Niet in alle gevallen kan derhalve het voorkeursrecht van koop omzeilt worden met een transactie van de aandelen in de huurder.

 

Mr. A.W. Dolphijn   – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Contact

Andere berichten

Franchisegever in de zorg is geen zorgaanbieder

De Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (WKKGZ) schept de mogelijkheid dat van overheidswege maatregelen worden opgelegd aan zorginstellingen om de benodigde kwaliteit van de zorg te waarborgen.

Het klantenbestand van de franchisenemer

Als de samenwerking tussen een franchisenemer en een franchisegever eindigt, kan de vraag opkomen wie de klanten zal blijven bedienen.

De herstructurering binnen de formules van Intergamma in juridisch perspectief

De juridische werkelijkheid is soms weerbarstiger dan de feitelijke. De geruchtmakende kwestie bij Intergamma is daar een mooi voorbeeld van.

Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op

Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.

Ga naar de bovenkant