Franchise en faillissement botsen met pandrechten

In een kort geding van 16 december 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:14718) heeft de Rechtbank Rotterdam een helder signaal afgegeven over de grenzen van het optreden van pandhouders in een faillissement van franchisevennootschappen. Centraal stond het faillissement van meerdere Nederlandse Vapiano-restaurants, geëxploiteerd via afzonderlijke vennootschappen binnen één franchiseformule.

Een financier en aandeelhouder stelde pandrechten te hebben op de inventarissen van de restaurants en liet – met verlof van de voorzieningenrechter – executoriale pandhoudersbeslagen leggen. Dat gebeurde echter tijdens een (verlengde) afkoelingsperiode ex artikel 63a Fw. De curator en de koper van de inventaris vorderden daarop opheffing van de beslagen.

De voorzieningenrechter gaf hen gelijk. De beslagen werden als vexatoir aangemerkt en opgeheven. Doorslaggevend was dat de pandhouder met de beslagen geen reëel, te respecteren belang diende, maar uitsluitend beoogde een hogere verkoopopbrengst af te dwingen. Daarmee miskende zij de kernrol van de curator: het maximaliseren van de opbrengst voor de gezamenlijke schuldeisers. Bovendien gold de afkoelingsperiode ook voor goederen die zich feitelijk in de macht van de curator bevonden, zelfs als deze al aan een derde waren verkocht.

Voor franchisegevers, financiers en franchisenemers is deze uitspraak relevant. Zij bevestigt dat ook een separatist niet onbeperkt kan handelen in een faillissement en dat misbruik van executiebevoegdheden stevig wordt gecorrigeerd, zeker wanneer dit een doorstart of ordentelijke boedelafwikkeling frustreert.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Franchisegever in de zorg is geen zorgaanbieder

De Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (WKKGZ) schept de mogelijkheid dat van overheidswege maatregelen worden opgelegd aan zorginstellingen om de benodigde kwaliteit van de zorg te waarborgen.

Het klantenbestand van de franchisenemer

Als de samenwerking tussen een franchisenemer en een franchisegever eindigt, kan de vraag opkomen wie de klanten zal blijven bedienen.

De herstructurering binnen de formules van Intergamma in juridisch perspectief

De juridische werkelijkheid is soms weerbarstiger dan de feitelijke. De geruchtmakende kwestie bij Intergamma is daar een mooi voorbeeld van.

Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op

Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.

Ga naar de bovenkant