Franchisenemers: sluit geen arbitrageclausules maar wel een rechtsbijstandsverzekering
Bij conflicten tussen franchisegever en franchisenemer komt het nogal eens voor dat partijen niet met gelijke wapens strijden. Dit kan onder meer gelegen zijn in het feit dat de franchise-overeenkomst een arbitraal beding bevat. Arbiters dienen door partijen te worden bekostigd. De kosten van een dergelijke procedure kunnen alleen daardoor bijzonder hoog uitpakken. In de praktijk brengt dit meer dan eens met zich mee dat de franchisenemer niet in staat is te procederen tegen de franchisegever, die doorgaans wat beter in staat is om arbiters te financieren. Gevolg: de franchisenemer heeft geen mogelijkheden om een arbitrale procedure te starten of zich soms zelfs maar te verweren. Arbitrale bedingen in franchise-overeenkomsten brengen dus rechtsongelijkheid met zich mee. Van equality of arms, een van de uitgangspunten in een beschaafde rechtstaat, is alsdan geen sprake.
Daarnaast is het voor een franchisenemer meer dan eens problematisch zich van rechtshulp te verzekeren, wanneer deze geïndiceerd is. Indien de franchisenemer een advocaat in de arm dient te nemen, valt het lang niet altijd mee deze dienstverlener te betalen. Dit probleem kan worden ondervangen wanneer de franchisenemer zich bij het aangaan van de franchise-overeenkomst verzekert van rechtsbijstand door middel van het sluiten van een rechtsbijstandsverzekering. Op die wijze wordt voorkomen dat reeds op financiële gronden de franchisenemer zich niet kan voorzien van adequate rechtshulp.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming
Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op
Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding
Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.
Overnames en franchisenemersbelang
Het zal niemand zijn ontgaan, zeker het laatste jaar kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de Nederlandse economie zich weer fors in de lift bevindt.
Welke rechter bij huur- en franchiseovereenkomst?
Welke rechter is bevoegd te oordelen over een samenhangende huur- en franchiseovereenkomst?
Interview Franchise+ – mrs. J. Sterk en A.W. Dolphijn – “Omkering bewijslast bij prognoses door rechter gehonoreerd”
De nieuwe Wet Acquisitiefraude blijkt inderdaad relevant voor de franchisebranche, blijkt uit dit artikel uit Franchise+.
Franchisegever veroordeeld onder de Wet Acquisitiefraude
Voor de eerste keer heeft een rechter onder verwijzing naar de Wet Acquisitiefraude geoordeeld dat, als een franchisenemer stelt dat de franchisegever een ondeugdelijke prognose voorgehouden heeft

