Franchiseraad: noodzaak of wijsheid?

Bij het ontwikkelen van een franchise-organisatie komt steevast het nut en de noodzaak van een franchiseraad aan de orde. Een van de eerste vragen die dan opkomt is of een franchiseraad verplicht is. Het antwoord is nee. Er is geen wettelijke regel die franchisegever en franchisenemer verplicht om een franchiseraad in te stellen. Nochtans is de breed gedragen opvatting dat een franchiseraad natuurlijk wel bijzonder nuttig is. Veelal wordt een dergelijke raad ingesteld wanneer er vijf respectievelijk tien franchisenemers zijn. Is het nu echter noodzakelijk in die situatie om daadwerkelijk over te gaan tot een franchiseraad?

Op zichzelf genomen niet. Een franchiseraad is niets meer of minder dan een communicatiemiddel tussen franchisegever en franchisenemers. In een volwassen franchiseraad wordt van gedachten gewisseld omtrent diverse onderwerpen zoals inkoop, marketing, marktontwikkeling etcetera. Dit overleg kan echter ook op andere wijze plaatsvinden. Er kan bijvoorbeeld (informeel) overleg plaatsvinden omtrent diverse onderwerpen met alle franchisenemers tezamen, dan wel met een relevant gedeelte hiervan. Dit kan plaatsvinden in een vormvrije bijeenkomst. Notulering daarvan is natuurlijk ook mogelijk. Van belang is primair dat franchisegever en franchisenemer met elkaar open van gedachten wisselen en partijen zich uitspreken omtrent hetgeen hen bezighoudt. Het is van belang dat hier in alle openheid gelegenheid voor wordt geboden. Gebeurt dit, dan is het strikt genomen misschien niet eens nodig om het overleg formeel te structureren in de vorm van een franchiseraad. Daarmee zij overigens wel gezegd dat het wijsheid is op enig moment wel een franchiseraad in te stellen. Een goede franchiseraad komt tenminste een paar keer per jaar bijeen. De zittinghebbende franchisenemers zijn idealiter afgevaardigd door de eigen achterban, zodat hun inbreng democratisch tot stand is gekomen. In de praktijk is het evenwel niet altijd even eenvoudig om bereidwillige kandidaten te vinden en wordt er noodzakelijkerwijs voor gekozen dat de franchisegever zelf de kandidaten aanzoekt en aanstelt.

Spontaan overleg kan derhalve dezelfde functie vervullen als een goed functioneerde franchiseraad. Van belang is dan wel dat hier daadwerkelijk regelmatig invulling aan wordt gegeven en voldoende gelegenheid toe bestaat.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op

Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.

Overnames en franchisenemersbelang

Het zal niemand zijn ontgaan, zeker het laatste jaar kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de Nederlandse economie zich weer fors in de lift bevindt.

Welke rechter bij huur- en franchiseovereenkomst?

Welke rechter is bevoegd te oordelen over een samenhangende huur- en franchiseovereenkomst?

Interview Franchise+ – mrs. J. Sterk en A.W. Dolphijn – “Omkering bewijslast bij prognoses door rechter gehonoreerd”

De nieuwe Wet Acquisitiefraude blijkt inderdaad relevant voor de franchisebranche, blijkt uit dit artikel uit Franchise+.

Door Ludwig en van Dam|20-12-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Franchisegever veroordeeld onder de Wet Acquisitiefraude

Voor de eerste keer heeft een rechter onder verwijzing naar de Wet Acquisitiefraude geoordeeld dat, als een franchisenemer stelt dat de franchisegever een ondeugdelijke prognose voorgehouden heeft

Ga naar de bovenkant