Koppeling franchiseovereenkomst/onderhuurovereenkomst
Rechtbank Dordrecht, sector kanton
Franchiseovereenkomsten en onderhuurovereenkomsten dienen op adequate wijze aan elkaar te zijn gekoppeld. Immers, de onderhuurovereenkomst wordt beheerst door dwingend huurrecht. Hier kan niet zomaar van worden afgeweken. Een adequate koppeling vindt plaats door middel van een kantonrechtersverzoek, te doen bij ondertekening van de franchiseovereenkomst en onderhuurovereenkomst. De kantonrechter kan vervolgens goedkeuren dat van de dwingendrechtelijke huurbepalingen wordt afgeweken, bijvoorbeeld voor wat betreft de looptijd van de onderhuurovereenkomst en het moment van beëindiging. Bij een adequate koppeling vallen franchiseovereenkomst en onderhuurovereenkomst qua looptijd en opzegging gelijk.
Onlangs is een zaak voorgelegd aan de sector kanton van de rechtbank. De franchisegever deed hierbij een beroep op afwijkende huurbedingen die vooraf niet waren goedgekeurd door de kantonrechter. De kantonrechter concludeerde dat er dan geen gemengde overeenkomst aanwezig is, maar twee separate overeenkomsten. Het gevolg is dat de franchisenemer zich succesvol kon beroepen op de onderhuurovereenkomst, terwijl de franchiseovereenkomst was beëindigd. Ondanks beëindiging van de franchiseovereenkomst had de franchisegever, als onderverhuurder de belangen van de onderhuurder/franchisenemer in acht moeten nemen. De onderhuurder/franchisenemer ondervond hierdoor schade, waarvoor de franchisegever/onderverhuurder aansprakelijk was, aldus de rechtbank te Dordrecht. De voormalig franchisenemer verkreeg door deze constructie een sterke positie.
Indien franchisegever en franchisenemer een gemengde overeenkomst wensen, dienen zij te allen tijde adequate koppeling aan de kantonrechter te verzoeken. Langs die weg is gelijktijdige beëindiging mogelijk.
Mr Th.R. Ludwig – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar ludwig@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden




