Niet meewerken controle hygiëne-eisen franchisenemer
Onlangs heeft de rechtbank te Amsterdam geoordeeld in een kwestie waarbij een franchisenemer niet voldeed aan alle hygiëne-eisen. Daarbij was hij contractueel gehouden deze tekortkomingen op te lossen. Franchisegever heeft daartoe diverse keren franchisenemer gesommeerd. De franchisenemer werkt vervolgens niet mee aan een hernieuwde inspectie en verhinderd op deze wijze een adequate inspectie van hygiëne-eisen die behoren bij de franchiseformule.
Uiteindelijk wordt de franchiseovereenkomst ontbonden het beding van non-concurrentie door franchisegever ingeroepen. In kort geding overweegt de president van de rechtbank dat de franchisenemer tenminste mee had moeten werken aan nadere inspectie en controle van zijn vestiging. Voorts waren de hygiëne-eisen, zoals behorende bij de franchiseorganisatie, een contractuele eis. Bovendien was een en ander nader afgestemd en afgesproken in de franchiseraad. De president houdt de franchisenemer dan ook aan het concurrentiebeding.
In wezen betreft het hier een eenvoudige zaak. De franchisenemer had contractueel aan de hygiëne-eisen dienen te voldoen. Voorts had hij in ieder geval mee moeten werken aan nadere inspectie en niet – ook niet na sommaties van de franchisegever – hernieuwde inspectie verhinderen. Hierdoor heeft hij ieder denkbaar verweer geblokkeerd en de verdenking op zich geladen dat de franchiseovereenkomst gerechtvaardigd is ontbonden.
Vanzelfsprekend zijn bij franchiserelaties in fast food, horeca en food HCCAP-normeringen et cetera van eminent belang. Bovendien waren de controles gebaseerd op steekproeven door de Voedsel- en Warenautoriteit.
Mr Th.R. Ludwig – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar ludwig@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden




