Onrechtmatige opzeggen dealerovereenkomst

Door Gepubliceerd Op: 04-04-2011Categorieën: Uitspraken & actualiteiten

Gerechtshof ‘s-Gravenhage

Onlangs heeft het gerechtshof te ’s-Gravenhage geoordeeld in een kwestie waarbij een importeur en distributeur van een automerk een overeenkomst met één van haar dealers had opgezegd. De opzegging wordt op zichzelf niet bestreden door de dealer. Nog tijdens de duur van de overeenkomst start de dealer een dealerschap voor een ander automerk en informeert de opzeggende importeur en distributeur van het eerste automerk hieromtrent schriftelijk. Daarop beëindigt kort daarop het eerste automerk de dealerovereenkomst om reden dat de dealer niet zou hebben voldaan aan de contractuele eisen voor het hanteren van afzonderlijke verkoopruimte. De dealer bestrijdt dat dit in strijd is met de gesloten overeenkomst.

Partijen procederen bij de rechtbank, waarna hoger beroep wordt ingesteld bij het hof. Deze oordeelt dat de activiteit van de dealer om met een tweede automerk te starten niet in strijd is met de eerder gesloten overeenkomst en dat de dealer om meerdere redenen schade heeft geleden. Deze schade is onder meer veroorzaakt door het afsluiten van de communicatielijnen door het automerk, het aanstellen van een nieuwe dealer, alsmede door het feit dat het automerk de nieuwe dealer promotiemateriaal ter beschikking stelde waarmee deze laatste materieel kon fungeren als nieuwe dealer.

Omtrent de omvang van de schade overweegt het hof voorts het nodige en verwijst in deze de zaak terug naar de rol.

De onrechtmatige opzegging had voorkomen kunnen worden indien partijen zorgvuldig overleg hadden gevoerd omtrent de reikwijdte van de nieuwe activiteiten in relatie tot de bestaande dealerschap en hieromtrent wellicht goede afspraken hadden gemaakt. Thans is benadeling van de dealer ontstaan door opzegging, die ongerechtvaardigd en onrechtmatig bleek te zijn.

 

Mr Th.R. Ludwig – Franchise advocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar ludwig@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Geen franchiseovereenkomst, ondanks de benaming

Niet alles is wat het lijkt. Zelfs als franchisegever en franchisenemer menen dat er sprake is van een franchiseovereenkomst, kan dat juridisch toch anders liggen.

Door Ludwig en van Dam|13-12-2018|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Franchise-kenniscentrum/ Nationale Franchise- en Formulebrief-publicaties|Label: |

Vergoeding reputatieschade aan franchisegever

Een ontwikkelaar van een digitaal platform voor een franchisegever had een platform geleverd waartoe elke derde zich toegang kon verschaffen.

Verkoop franchise-onderneming vanwege concurrentiebeding: Schijnconstructie of niet?

Franchisenemers die niet door willen of kunnen met de franchise-onderneming ervaren het al dan niet geldige concurrentiebeding als blok aan het been

Verboden franchiseovereenkomsten: gedragingen van franchisenemers onderling

Vormen van franchising waarbij geen sprake is van een verticale verhouding tussen enerzijds de franchisegever en anderzijds de franchisenemers kunnen verboden zijn.

Een nieuwe franchisegever tegen wil en dank

Fusies tussen franchiseorganisaties zijn allang geen uitzondering meer. Multivlaai/Limburgia, DA/DIO, Emté/Jumbo zijn daar recente voorbeelden van.

Ga naar de bovenkant