De beperking van een concurrentiebeding

Door Gepubliceerd Op: 14-12-2010Categorieën: Uitspraken & actualiteitenLabel: ,

Rechtbank Almelo, voorzieningenrechter

Een ex-franchisenemer heeft een non-concurrentiebeding in zijn franchiseovereenkomst, die hem verbiedt om tijdens en gedurende twee jaren na de beëindiging van de franchiseovereenkomst een samenwerking aan te gaan met een met de franchisegever concurrerende partij. Kennelijk is de ex-franchisenemer van plan om in loondienst te treden bij een dergelijke concurrerende partij, want hij vraagt aan de rechter dat het de franchisegever wordt verboden om uitvoering te geven aan het non-concurrentiebeding. De rechter bewandelt een zeer formele weg en stelt dat, mede gezien de beëindiging van de franchiseovereenkomst, alleen de ex-franchisenemer (nog) uitvoering kan geven aan het non‑concurrentiebeding. Een verbod opleggen aan de franchisegever is dan ook niet aan de orde, naar de mening van de rechter.

 

Mr J.H. Kolenbrander – Franchise advocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar kolenbrander@ludwigvandam.nl

Andere berichten

De door de franchisegever voorgeschreven leverancier presteert niet? Wat nu?

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde op 20 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:727, over de vraag wie moet bewijzen dat de franchisenemer op het verkeerde been gezet is bij het aangaan van de

Rechter: Bescherm franchisenemer tegen supermarktorganisatie (Coop) als verhuurder

Behoeft de franchisenemer wettelijke bescherming tegen supermarktfranchisegever Coop? De rechtbank Rotterdam oordeelde op 9 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1151, dat dit het geval is.

Acquisitiefraude vs. dwaling bij franchiseprognoses

Wie moet bewijzen dat de prognose van de franchisegever ondeugdelijk is? In beginsel is dat de franchisenemer. Als de franchisenemer een beroep doet op de Wet Acquisitiefraude, dan kan het zijn dat

Terugverkoopplicht bij einde franchiseovereenkomst

In franchiseovereenkomsten is soms bepaald dat de franchisenemer verplicht is om aangekochte activa bij het einde van de franchiseovereenkomst terug te verkopen.

Positie franchisenemers bij herstructurering franchisegever

Franchisenemers dienen door de franchisegever vooraf adequaat en ruimhartig geïnformeerd te worden over de inhoud en consequenties van (nadere) afspraken...

Ga naar de bovenkant