Franchise-overeenkomsten en algemene voorwaarden
In franchise-overeenkomsten zijn nogal eens beknopte regelingen opgenomen met betrekking tot leverings- en betalingsvoorwaarden. Doorgaans beperken deze regelingen zich tot een betalingstermijn, soms aangevuld met een sanctie wanneer deze termijn (meestal 14 dagen) wordt overschreden. Daarnaast hanteert de franchise-organisatie echter ook nog al eens algemene voorwaarden, wanneer de franchisegever in kwestie tevens leverancier van produkten en/of diensten aan de franchisenemer is. In de praktijk komt het daarnaast vaak voor dat er voorts andere leveranciers zijn die produkten en/of diensten aan de franchisenemer leveren, op instigatie van de franchisegever.
In de praktijk blijkt dat vele franchise-organisaties vaak verschillende regelingen naast elkaar hebben: een beknopte regeling in de franchise-overeenkomst, daarnaast separate eigen algemene voorwaarden en diverse voorwaarden van leveranciers. Deze laatste categorie bestaat op haar beurt dus ook weer uit verschillende voorwaarden. Voor de toepasselijkheid van al deze voorwaarden geldt dat deze kenbaar dienen te zijn gemaakt aan de afnemer, de franchisenemer, en uitdrukkelijk regelmatig van toepassing dienen te zijn verklaard. De franchisenemer dient hier idealiter mee in te stemmen, en voor toepasselijkheid zich in ieder geval hier niet tegen te verzetten. De vraag rijst of er voor de franchisenemer nog wijs is te worden uit de vele verschillende algemene voorwaarden. Hetzelfde geldt overigens voor de franchisegever. Niet in alle gevallen harmonieert de beperkte regeling uit de franchise-overeenkomst met de uitgebreide algemene voorwaarden van de franchisegever/leveranciers. Franchisegever en franchisenemer doen er wijs aan in ieder geval het relevante gedeelte uit de franchise-overeenkomst eens naast de algemene voorwaarden van de franchisegever/leverancier te leggen. Alsdan zal blijken of er doublures of omissies aanwezig zijn.
Aanpassing is vaak een kleine moeite. In dit kader is bijvoorbeeld van belang of het relevante gedeelte uit de franchise-overeenkomst en de separate algemene voorwaarden een eigendomsvoorbehoud bevat en of dit eigendomsvoorbehoud op correcte wijze gevestigd wordt. Hierbij dienen franchisegever en franchisenemer zich te realiseren dat op de goederen in kwestie geen andere rechten rusten, zoals een pandrecht, dan wel dat men zich hier juist ten volle van bewust is, alsmede dat men exact op de hoogte is welke rechten onder welke omstandigheden prevaleren. Het behoort tot het goed ondernemerschap dat deze posities tevens kenbaar zijn aan de eventueel overige rechthebbenden, zoals de pandhouder, in veel gevallen een bank. Franchisegever en franchisenemer dienen met al deze zaken vanzelfsprekend tevens rekening te houden wanneer algemene voorwaarden van derde-leveranciers relevant zijn.
Voorlichting door de franchisegever in overleg met de franchiseraad kan in deze zeer nuttig zijn. Langs deze weg is voor iedereen helder en kenbaar hoe de diverse posities liggen. Dit kan bij het inroepen van de diverse rechten in de toekomst veel misverstanden en nodeloze problemen voorkomen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden




