Franchising en agentuur

Franchise-constructies kunnen soms elementen van agentuur bevatten. Concreet is hiervan sprake wanneer de franchisenemer bemiddelt bij het tot stand brengen van een transactie tussen de consument en de franchisegever en/of bemiddelt bij het tot stand komen van een transactie tussen de consument en een andere partij dan de franchisegever.
Gedacht kan onder meer worden aan constructies in de financiële dienstverlening, waarbij de franchisenemer bijvoorbeeld bemiddelt bij het tot stand brengen van hypotheken tussen de consument en een nader te noemen geldverstrekker (bank of verzekeringsmaatschappij, dan wel een andere geldverstrekker) of constructies waarbij franchisenemers zorg dragen voor het tot stand brengen van inleen- of uitzendovereenkomsten tussen de bemiddelde arbeidskrachten en (een grote) opdrachtgever.

Indien er sprake is van een typische franchisesituatie, te weten een situatie waarbij de franchisenemer zelf actief zijn producten verkoopt, en daarbij voorts ook marketing bedrijft, kortom een franchiseformule toepast, is de mededingingsregelgeving, zoals die voor alle franchiseverbanden geldt, ook van toepassing wanneer er sprake is van agentuurelementen in een franchiseconstructie. Franchisegever en franchisenemer dienen er dus op bedacht te zijn dat bij specifieke beëindigingsregelingen, tevens mededingingsrechtelijk correct dient te worden om te gaan met onderwerpen als exclusieve afname, exclusief gebied etcetera.

In de praktijk zijn de velden van agentuur en franchising goed te combineren, wanneer er van tevoren de specifieke elementen uit beide gebieden bedacht worden gecombineerd en met name tussen franchisegever en franchisenemer wordt gecommuniceerd.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Non-concurrentiebeding bij verkoop franchiseonderneming

Hoe scherp dient een non-concurrentiebeding te zijn bij de verkoop van een franchiseonderneming aan de franchisegever? Die vraag was aan orde in een geschil waarin de rechtbank Gelderland op

Franchisegever faalt met beroep op non-concurrentiebeding

Alhoewel een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst geldig geformuleerd is, kan er toch een situatie ontstaan die dermate diffuus is dat de franchisegever er geen beroep op kan doen.

Overnames en franchisenemersbelang

Het zal niemand zijn ontgaan, zeker het laatste jaar kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de Nederlandse economie zich weer fors in de lift bevindt.

Welke rechter bij huur- en franchiseovereenkomst?

Welke rechter is bevoegd te oordelen over een samenhangende huur- en franchiseovereenkomst?

Interview Franchise+ – mrs. J. Sterk en A.W. Dolphijn – “Omkering bewijslast bij prognoses door rechter gehonoreerd”

De nieuwe Wet Acquisitiefraude blijkt inderdaad relevant voor de franchisebranche, blijkt uit dit artikel uit Franchise+.

Door Ludwig en van Dam|20-12-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Franchisegever veroordeeld onder de Wet Acquisitiefraude

Voor de eerste keer heeft een rechter onder verwijzing naar de Wet Acquisitiefraude geoordeeld dat, als een franchisenemer stelt dat de franchisegever een ondeugdelijke prognose voorgehouden heeft

Ga naar de bovenkant