Franchising en agentuur

Franchise-constructies kunnen soms elementen van agentuur bevatten. Concreet is hiervan sprake wanneer de franchisenemer bemiddelt bij het tot stand brengen van een transactie tussen de consument en de franchisegever en/of bemiddelt bij het tot stand komen van een transactie tussen de consument en een andere partij dan de franchisegever.
Gedacht kan onder meer worden aan constructies in de financiële dienstverlening, waarbij de franchisenemer bijvoorbeeld bemiddelt bij het tot stand brengen van hypotheken tussen de consument en een nader te noemen geldverstrekker (bank of verzekeringsmaatschappij, dan wel een andere geldverstrekker) of constructies waarbij franchisenemers zorg dragen voor het tot stand brengen van inleen- of uitzendovereenkomsten tussen de bemiddelde arbeidskrachten en (een grote) opdrachtgever.

Indien er sprake is van een typische franchisesituatie, te weten een situatie waarbij de franchisenemer zelf actief zijn producten verkoopt, en daarbij voorts ook marketing bedrijft, kortom een franchiseformule toepast, is de mededingingsregelgeving, zoals die voor alle franchiseverbanden geldt, ook van toepassing wanneer er sprake is van agentuurelementen in een franchiseconstructie. Franchisegever en franchisenemer dienen er dus op bedacht te zijn dat bij specifieke beëindigingsregelingen, tevens mededingingsrechtelijk correct dient te worden om te gaan met onderwerpen als exclusieve afname, exclusief gebied etcetera.

In de praktijk zijn de velden van agentuur en franchising goed te combineren, wanneer er van tevoren de specifieke elementen uit beide gebieden bedacht worden gecombineerd en met name tussen franchisegever en franchisenemer wordt gecommuniceerd.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers

In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?

Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de

Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?

In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn

Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?

In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.

Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.

Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is

De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever

Ga naar de bovenkant